Terugkeer op werk na het verlies van een partner

Waarom het oude werk soms niet meer past bij wie je geworden bent

Op avond voor haar veertigste verjaardag schreef de Britse huisarts Lucy Steed een kort stuk over haar loopbaan. Vijf jaar eerder was haar man plotseling overleden aan een hersenbloeding. Hij was 34 en anesthesist, en ze hadden elkaar ontmoet aan het begin van hun medische opleiding. Hun zoons waren anderhalf en vierenhalf jaar oud. Al vanaf hun studietijd waren haar vak en hun leven als stel samen met elkaar verweven. Hij was haar klankbord en ook nog eens de enige die de emotionele kant van haar werk van binnenuit kende. Geneeskunde zonder hem had ze nooit gekend.

Een jaar na zijn overlijden keerde ze voorzichtig weer terug in haar baan als huisarts in loondienst. Dat voelde als de logische volgende stap. En het was ook wat anderen van haar verwachtten. Al snel merkte ze dat ze de emotionele eisen van het vak niet meer zo kon dragen als ze daarvoor wel kon. De lange dagen, patiënten van wie ze nooit wist waar ze mee aankwamen, en de verwachting dat ze klaarstond voor iedereen die maar binnenliep. Zelfs een gesprek in de lunchpauze over een CT-scan van het hoofd, over neurologische klachten of over zorg in de laatste levensfase riep de beelden van haar overleden man weer op. De grens tussen haar rol als arts en haar eigen wereld en werkelijkheid liet zich niet meer goed scheiden.

Wat ze daarvan geleerd heeft, schrijft ze, komt uiteindelijk neer op één ding. Na verlies mag je van richting veranderen. Als het leven je zo ingrijpend verandert, verandert je werk waarschijnlijk mee.

Werken terwijl je rouwt

Als je middenin rouw zit, is terugkeer op de werkvloer niet altijd gemakkelijk. Veel rouwenden ervaren druk om toch maar weer snel de oude te zijn op hun werk. Waar die druk vandaan komt? Soms uit hen zelf, soms vanuit collega’s of de omgeving, of omdat er gewoon geld in het laatje moet komen.

Rouw treft ieder mens vroeg of laat. En het treft iedereen weer anders. Wat die terugkeer in de weg zit, is meer voorspelbaar dan het soms grillige verdriet. Een niet flexibel rooster. Collega’s die niks zeggen, bang om iets verkeerds te doen. Terugkomen gaat beter als het werk zich kan aanpassen aan de werknemer en dat niet alle aanpassing van de werknemer vandaan moet komen. De praktijk is echter weerbarstig.

Bij verpleegkundigen in de palliatieve zorg die zelf iemand verloren, zie je dat het persoonlijke stuk voortdurend botst net hun eigen professionaliteit. Voor een deel van hen is het werk heel fijn omdat het structuur en duidelijkheid geeft. Maar tegelijk is rouw niet zo vast ingekaderd in werktijden. Een onverwachte golf van rouw kan je zomaar uit je evenwicht halen. Je rouw loopt door als je weer aan het werk bent. Steun van je werkgever mag dan niet na een paar weken ophouden.

Ouders die een kind verloren en daarna weer aan het werk gingen, noemden hun werk vaak houvast of afleiding. Een deel van hen kreeg ongevoelige of onhandige opmerkingen van werkgever of collega’s te horen. Voor hen was het helpend als er flexibiliteit was in wanneer ze weer terug aan het werk gingen. En ook was het helpend als er niet de verwachting was dat er weer het oude niveau van inzet of productie werd gehaald.

Het valt nog best tegen hoeveel uiteindelijk onderzoek er is. Maar dit zijn de richtingen waar deze onderzoeken naar wijzen. Die lessen en aanbevelingen kunnen breed worden toegepast.

Als je klankbord wegvalt

Het verhaal van dokter Steed uit het begin van dit artikel gaat over meer dan werk alleen. Het gaat ook over wie je bent zonder degene die je het beste begreep. Wanneer iemand vanaf zijn studietijd werk en leven met dezelfde mens deelt, raakt het verlies vrijwel alles tegelijk.

Partnerverlies wordt vaak het diepste ervaren als eenzaamheid. En van daaruit sluipt de somberheid binnen en een verslechterde eetlust. Een partner verliezen verandert fundamenteel hoe je in de wereld staat. En dat werkt door in de rest van het leven.

Baanverlies

Werk en identiteit zijn dieper met elkaar verbonden dan de meeste werkgevers beseffen. Hoe belangrijk het stuk werk in iemands leven was, en hoe hechter de band met de organisatie was, hoe sterker de rouwreactie zal zijn als dat werk dreigt weg te vallen.

Bij mensen die hun baan al kwijt zijn, kunnen zelfs klachten ontstaan die lijken op gecompliceerde rouw (de vorm van rouw die vastloopt en het dagelijks leven blijft verstoren). Weinig zelfvertrouwen en het gevoel in een onrechtvaardige wereld te leven verhogen dat risico.

Jong weduwe of weduwnaar zijn

Jonge weduwen en weduwnaars krijgen bovenop het verdriet nog meer te verwerken. Er komen verliezen bij die uit het eerste verlies voortkomen, plus ook nog eens geldzorgen, psychische klachten en een identiteit waar flink aan wordt geschud.

Besef ook dat de rouw van jonge weduwen of weduwnaars minder erkenning krijgt, gek genoeg. Hun verlies hoort niet bij hun levensfase, vinden mensen. Die gedachte werkt twee kanten op door: in hoe collega’s, vrienden en familie reageren en in de regelingen waar ze mee te maken krijgen. Ondertussen moeten ze een gezin draaiende houden en hun werk doen.

Over deze groep is veel minder bekend dan over oudere weduwen en weduwnaars, simpelweg omdat verlies op latere leeftijd vaker voorkomt.

Er is geen weg terug

Veel rouwenden hebben het idee dat als het straks weer goed gaat, dat je dan weer terug bent bij wie je was. De praktijk is anders. Denk alleen al aan het Dual Process Model waarin rouwen juist anders wordt beschreven. Je beweegt niet alleen naar herstel, je beweegt je enerzijds richting de dingen die je kwijt bent geraakt. Anderzijds is je rouw gericht op het opnieuw vormgeven van het leven, het herstel. En in dat herstel richt je je ook op nieuwe rollen en op wat het leven nu, in de nieuw situatie, van je vraagt. Dat heen en weer hoort erbij en levert iets nieuws op, iets dat past bij de mens die je geworden bent.

In dat licht is het zinnetje waarmee Steed haar stuk afsluit best het onderstrepen waard: “You don’t need to go back to normal”, je hoeft niet terug naar normaal. Wat normaal was, bestaat immers niet meer. Wat opnieuw normaal kan worden, ontstaat in die beweging tussen verlies en wat het leven nu vraagt.

Wie in de zorg gaat werken, doet dat om er voor anderen te zijn, schrijft Steed. Maar goed zorgen voor anderen begint met goed zorgen voor jezelf. Na een heftig verlies heb je minder energie en liggen je grenzen ergens anders. Dan hoef je ook niet terug te komen als dezelfde persoon, die hetzelfde werk levert in hetzelfde tempo.

Niet iedereen kiest voor een ander beroep of een andere werkvorm, en niet iedereen kan dat. Steed benoemt dat zelf. Zij had de ruimte en de vrijheid om zich om te scholen en haar loopbaan opnieuw in te richten. Ze werkt nu als huisarts met een specialisatie in menopauzezorg en daarnaast in de acute zorg. Veel mensen hebben die ruimte niet, schrijft ze, en die verdienen meer steun en meer keuze. Voor sommigen is het oude werk juist de houvast, de plek waar ze even niet de weduwe of de weduwnaar zijn. Ook dat kan natuurlijk. Wat telkens terugkomt is dat speelruimte mensen helpt om door te kunnen, welke kant iemand daarmee ook op gaat.

Wat werkgevers en begeleiders hiermee kunnen

Voor rouwbegeleiders en bedrijfsartsen is het wellicht allemaal gesneden koek. Maar dit nogmaals herhalen is echt niet overbodig. De praktijk op de werkvloer is soms nogal weerbarstig. De vraag die ertoe doet is of het werk nog past bij wie deze persoon geworden is. Dat is een andere vraag dan of iemand alweer inzetbaar is.

In een eerder artikel op deze site, Als verlies je werkleven raakt, ging het over wat verlies op langere termijn doet met verzuim, arbeidsongeschiktheid en vervroegd vertrek uit het werk. Dit stuk gaat over een vraag die daaraan voorafgaat. Past deze baan nog bij deze mens?

Een werkgever kan daar iets mee door verder te kijken dan de verlofdagen rond de uitvaart, en door te accepteren dat het een tijd lang niet vlekkeloos loopt. Meedenken over taken en tempo hoort daarbij, en soms over een andere rol. Er is meer nodig dan een gesprek in week één en een evaluatie in week zes.

Voor wie zelf rouwt, of iemand van dichtbij ziet rouwen, kan het verhaal van Steed helpen om eerlijker naar de eigen situatie te kijken. Voelt het oude werk als de grond onder je voeten waar je stevig kan staan, of als een plek waar je telkens tegen je verlies aanloopt? Daar zit geen waardeoordeel verder in en het zegt niks over of jij het goed doet. Soms is het doorgaan op de oude weg precies het goede om te doen. En soms is iets anders opbouwen het betere antwoord.

Ruimte om mee te bewegen

Wat Steed onder woorden bracht is dat haar keuze trouw was aan de mens die ze ondertussen geworden was. Voor veel anderen blijft die keuze buiten bereik, door hun contract of doordat het geld er niet is. Hun last is niet lichter omdat ze niet kunnen schuiven. Dat erkennen hoort net zo goed bij goede rouwzorg als meedenken met wie wel ruimte heeft.



Bronnen:

  • Barros-Lane, L., Germany, A., Smith, P., & Stovall, T. (2024). A Socioecological Examination of the Challenges Associated With Young Widowhood: A Systematic Review. Omega, 92(4), 2340-2360. https://doi.org/10.1177/00302228241227996
  • Fried, E.I., Bockting, C., Arjadi, R., Borsboom, D., Amshoff, M., Cramer, A.O.J., Epskamp, S., Tuerlinckx, F., Carr, D., & Stroebe, M. (2015). From loss to loneliness: The relationship between bereavement and depressive symptoms. Journal of Abnormal Psychology, 124(2), 256-265. https://doi.org/10.1037/abn0000028
  • Reed, E., Waghorn, M., Gregory, A., Vriens, J., Sills, E., & Todd, J. (2019). Exploring the experience of returning to work after personal bereavement. International Journal of Palliative Nursing, 25(11), 525-530. https://doi.org/10.12968/ijpn.2019.25.11.525
  • Schoonover, K.L., Yadav, H., Prokop, L., & Lapid, M.I. (2023). Accommodating bereaved parents in the workplace: A scoping review. Journal of Loss & Trauma, 28(4), 348-363. https://doi.org/10.1080/15325024.2022.2122221
  • Steed, L. (2026). When life changes everything: a GP’s return to work after bereavement. British Journal of General Practice, 76(766), 227. https://doi.org/10.3399/bjgp26X744861
  • Stroebe, M., & Schut, H. (2010). The dual process model of coping with bereavement: A decade on. Omega, 61(4), 273-289. https://doi.org/10.2190/OM.61.4.b
  • Van Eersel, J.H.W., Hulshof, I.L., Wickham, M.I., Smid, G.E., & Boelen, P.A. (2024). Pre-job loss grief reactions and work attachment among sick-listed employees: Introduction of the imminent Job Loss Scale. BMC Psychology, 12(1), 118. https://doi.org/10.1186/s40359-024-01626-8
  • Van Eersel, J.H.W., Taris, T.W., & Boelen, P.A. (2020). Complicated grief following job loss: Risk factors for its development and maintenance. Scandinavian Journal of Psychology, 61(5), 698-706. https://doi.org/10.1111/sjop.12650
  • Wilson, D.M., Rodriguez-Prat, A., & Low, G. (2020). The potential impact of bereavement grief on workers, work, careers, and the workplace. Social Work in Health Care, 59(6), 335-350. https://doi.org/10.1080/00981389.2020.1769247

Uit onze shop

Lees nog meer