Begin bij je huisarts. Die kan je doorverwijzen naar de praktijkondersteuner GGZ in de praktijk, of naar een psycholoog met ervaring in rouw. Gesprekken met de praktijkondersteuner vallen niet onder je eigen risico. Behandeling door een psycholoog wordt vergoed uit de basisverzekering als er sprake is van een psychische stoornis, zoals een persisterende rouwstoornis, en dan betaal je wel eigen risico. Rouwbegeleiding valt meestal niet onder de basisverzekering.
Vraag bij een eerste gesprek gerust naar opleiding en ervaring met rouw. Een goede klik is minstens zo belangrijk, want je moet je veilig genoeg voelen om je verhaal te vertellen. Voelt het na een paar gesprekken niet goed, dan mag je verder zoeken.
Lees verder: Nederlandse huisartsen actief in rouwzorg
VEELGESTELDE VRAGEN OVER ROUW
Werkt rouwtherapie?
Ja, vooral voor mensen met heftige of langdurige rouwklachten. Een overzicht van 31 gerandomiseerde studies liet zien dat psychologische behandeling rouwklachten vermindert. Het effect was het grootst bij individuele therapie, bij mensen met veel klachten en als het verlies minstens een half jaar geleden was. Bekende vormen zijn cognitieve gedragstherapie gericht op rouw en complicated grief treatment.
Voor mensen met gewone rouw is therapie meestal niet nodig. Steun van de mensen om je heen en tijd doen dan het meeste werk. Merk je dat je vastloopt, dan is rouwtherapie zeker het proberen waard.
Lees verder: De drie pijlers van rouwtherapie
VEELGESTELDE VRAGEN OVER ROUW
Waarom rouwt iedereen anders?
Omdat elk verlies anders is, en elke rouwende ook. Hoe je rouwt hangt onder meer af van wat de overledene voor je betekende, hoe hij of zij stierf, wat je eerder hebt meegemaakt en wie er om je heen staan. Ook je karakter speelt mee, net als je cultuur en wat je gelooft.
Daardoor kunnen twee kinderen die dezelfde moeder verliezen allebei op een heel eigen manier rouwen. De een doet het niet beter dan de ander.
Lees verder: Mannen en vrouwen rouwen verschillend
VEELGESTELDE VRAGEN OVER ROUW
Ervaren nabestaanden na zelfdoding meer stigma?
Ja, veel nabestaanden merken dat. Mensen weten niet wat ze moeten zeggen en ontlopen je, stellen pijnlijke vragen over hoe het gebeurd is of laten doorschemeren dat het gezin iets had moeten zien. Sommige nabestaanden houden de doodsoorzaak daarom geheim, ook voor familie of kinderen. Dat zwijgen maakt rouwen eenzamer en zwaarder.
Je bepaalt zelf wat je vertelt en aan wie. Toch merken veel nabestaanden dat openheid naar een paar vertrouwde mensen lucht geeft. Het helpt ook om woorden te kiezen die niet veroordelen, zoals ‘zelfdoding’ of ‘hij heeft een einde aan zijn leven gemaakt’ in plaats van ‘zelfmoord’. Lotgenoten begrijpen vaak zonder uitleg wat je doormaakt.
Lees verder: Schaamte, zwijgen en rouwende kinderen
Bron: Peters e.a. (2016), International Journal of Mental Health Nursing; Chapple e.a. (2015), Sociology of Health & Illness