De gewonde genezer

Hoe eigen wonden de bron kunnen worden van het helpen van anderen

In de Griekse mythologie leefde Chiron, een centaur die anders was dan de rest van zijn soort. Waar andere centauren bekend stonden om hun woestheid en onbeheerste gedrag, was Chiron wijs, vriendelijk en geleerd. Hij was de leraar van grote helden als Achilles, Herakles en Asklepios, en stond bekend om zijn genezende kunsten.

Op een dag raakte Chiron per ongeluk gewond door een pijl van Herakles, gedoopt in het gif van de Hydra. De wond was niet te genezen. En omdat Chiron onsterfelijk was, kon hij niet sterven om aan de pijn te ontsnappen. Hij zou eeuwig lijden.

Toch bleef Chiron anderen genezen en onderwijzen. Sterker nog: juist door zijn eigen lijden begreep hij het lijden van anderen beter. Zijn wond maakte hem niet minder geschikt als genezer. Ze maakte hem er beter in.

Deze oude mythe vormt de basis van een concept dat in de moderne psychologie en gezondheidszorg bekend staat als de 'wounded healer', de gewonde genezer. Het idee dat eigen lijden een bron van wijsheid kan worden in het helpen van anderen.

Mythe wordt psychologie

De Zwitserse psychiater Carl Jung gebruikte de term 'wounded healer' voor het eerst in 1951. Hij putte daarbij uit de mythe van Chiron, maar gaf er een psychologische draai aan. Jung geloofde dat ziekte van de ziel de beste training kon zijn voor een genezer. "Alleen een gewonde arts kan effectief genezen," schreef hij kort voor zijn dood.

Deze pagina is beschikbaar voor betalende leden van dit platform.

Wil je ook lid worden? Lees er alles over op deze pagina »

Of log in via het formulier hieronder.

Lees nog meer