Als een kind achterblijft na suïcide: hoe we er kunnen zijn

Een kind dat opstaat en ontdekt dat papa er niet meer is. Dat mama uit het leven is gestapt. Het is bijna niet te bevatten, deze werkelijkheid. Ieder jaar maken honderden Nederlandse kinderen dit mee. Hun ouder koos ervoor om niet meer verder te leven. En zij, zij moeten door.

Als volwassenen staan we vaak met lege handen. Wat zeg je tegen een kind van acht van wie de vader zich heeft opgehangen? Hoe troost je een puber die haar moeder dood aantrof? We willen helpen, we willen er zijn, maar de woorden blijven steken in onze keel. We zijn bang om het verkeerde te zeggen, om nog meer pijn te veroorzaken. En dus zwijgen we soms. Of we mompelen iets over "een ongeluk" of "papa was ziek".

Maar deze kinderen hebben meer nodig. Ze hebben ons nodig, ook al voelen we ons machteloos. Ook al hebben we geen idee waar te beginnen.

De werkelijkheid onder ogen zien

Laten we eerlijk zijn: de cijfers zijn hard. Kinderen die een ouder verliezen door suïcide hebben drie keer zoveel kans om later zelf uit het leven te stappen. De kans op depressie is twee tot drie keer hoger. Voor PTSS zelfs zes keer. Dit zijn geen abstracte statistieken. Dit gaat over Lisa uit groep 7, over Mohammed van de voetbalclub, over je nichtje, over het buurmeisje.

Deze kinderen dragen iets met zich mee wat bijna niet te dragen is. Ze worstelen met vragen waar geen antwoorden op zijn. Waarom wilde mama niet meer bij ons zijn? Was papa's liefde voor mij niet groot genoeg? Had ik het kunnen voorkomen als ik liever was geweest, als ik betere cijfers had gehaald, als ik mijn kamer had opgeruimd?

Deze pagina is beschikbaar voor betalende leden van dit platform.

Wil je ook lid worden? Lees er alles over op deze pagina »

Of log in via het formulier hieronder.

Lees nog meer