Thema's in dit artikel: Eenzaamheid, Hechting, Jongeren, Ouderverlies, Rouw, Rouwbegeleiding, kinderrouw, medicatie, veerkracht, zelfdoding
Wat je toen kwijtraakte, kan nu nog meespelen in je lichaam en in je relaties
Overleed je vader of moeder toen je kind was? Of misschien wel beide? Dan moest je een groot deel van je leven zien uit te vinden zonder die ouder of ouders. Hoe belangrijk is niet de zorg en aandacht die ouders geven?! Veel andere kinderen, tieners en jongvolwassenen hebben als vanzelfsprekend gekregen. Maar voor jou was het er maar half, zonder tekort te doen aan de andere ouder die ook zijn best deed. Maar nu ben je hier. Je hebt je weg gevonden, zoals de meeste mensen die dit meemaakten. Ben je een overlever misschien? Zo’n verlies op jonge leeftijd kan sporen nalaten, ook als de mensen om je heen daar weinig van zien en je er zelf al lang niet meer bij stilstaat.
Meer kwijt dan je vader of moeder
Als een ouder sterft, verliest een kind meer dan die ene persoon. De achterblijvende ouder rouwt vaak zelf ook, en heeft daardoor minder ruimte voor wat jij nodig hebt. En er kan nog van alles veranderen. De gewone dingen vallen weg, soms volgt er een verhuizing of een andere school. Er kunnen geldzorgen zijn en de dynamiek van thuis verandert. Wordt het geld krap, dan moet vader of moeder soms noodgedwongen meer gaan werken, en dan dat heeft gevolgen voor de beschikbaarheid voor jou. Minder tijd voor een luisterend oor.
In Nederland verliest ongeveer een op de vijftig kinderen voor zijn achttiende een ouder. En zoals dat gaat, na verloop van tijd vragen steeds minder mensen ernaar, en ook de steun neemt in de loop van de tijd af. Is het misschien zo dat de omgeving nog steeds denkt dat rouw voorbij kan zijn? Bij een verlies van dertig of veertig jaar geleden gaan mensen er al snel van uit dat het een plek heeft gekregen. En zelf noem je alles wat je toen kwijtraakte, misschien niet eens rouw, omdat het al zo een onderdeel is geworden van hoe je leven is geworden.
Sporen die je pas ziet als je goed kijkt
Volwassenen in landen over de hele wereld, van Japan en India tot Nigeria, Polen en de Verenigde Staten, vulden dezelfde lange vragenlijst in over hun leven. Als je een ouder al op of voor hun twaalfde jaar had verloren, was dat moment van verlies vaak al tientallen jaren achter je. Maar toch hadden zij vaker last van pijn en lichamelijke beperkingen. Ook somberheid en angst kwamen bij hen vaker voor, net als eenzaamheid. En ze hadden minder vaak vrede met hun eigen gedachten en gevoelens.
Herken je je daarin, dan kan dat iets verklaren. Een eenzaamheid die je nooit goed kon plaatsen, of een onrust die altijd op de achtergrond meespeelt, kan te maken hebben met wat je als kind meemaakte.
Hoe zwaar zo’n verlies later nog weegt, hangt ook af van wat er verder in het leven op je pad kwam. Je ziet in de onderzoeken dat in armere landen sommige gevolgen groter waren; dat ging dan vooral rond geld en innerlijke rust. In de Nederlandse context is het zogezegd wat rustiger. Volwassenen die hier als kind een ouder verloren, verschilden gemiddeld niet van anderen in hoe het met hun psychische en lichamelijke gezondheid ging. Maar ook hier kwamen gedachten aan zelfdoding vaker voor, zeker naarmate iemand jonger was toen de ouder overleed.
Bang om iemand kwijt te raken
De gevolgen van vroeg ouderverlies kan ook op het terrein van de liefde doorwerken. Ook al zie je het niet direct aan de buitenkant. Als je aan volwassenen die als kind een ouder verloren vraagt, hebben ze net zo vaak een relatie als anderen, en ook in hoelang die duurt en hoe tevreden ze over hun relatie zijn, waren ze niet anders. Maar binnen de relatie zijn ze wel vaker bang om de ander kwijt te raken. Of ze houden de ander juist wat meer op afstand. Je zou dat hechtingsangst en hechtingsvermijding kunnen noemen.
Het is ook goed te begrijpen als je al vroeg hebt meegemaakt dat iemand zomaar kan verdwijnen van wie je houdt. Hoe je je de band met je overleden ouder herinnert, speelt daarbij mee. Mensen die terugdachten aan een ouder die weinig warmte gaf of veel controleerde, waren later in hun relatie vaker bang om de ander kwijt te raken. Hoe de band was met de ouder die overbleef, of met een nieuwe partner van die ouder, maakte daarvoor geen verschil.
Als het beter lijkt te gaan
Tieners en jongvolwassenen die een ouder verliezen, krijgen soms medicijnen tegen somberheid, angst of slapeloosheid. Als ze daar na een tijd minder van gaan gebruiken, lijkt het dat het de goede kant op gaat. En soms is dat ook zo, want het kan betekenen dat het beter gaat, of dat iemand is overgestapt op een andere behandeling.
Maar trek niet te snel de conclusie dat het beter gaat. In een onderzoek in Zweden liepen jongeren die na het verlies van een ouder minder medicijnen gingen gebruiken, een even groot risico om door zelfdoding te overlijden als jongeren die juist meer medicijnen gingen gebruiken. Bij beide groepen was dat risico groter dan bij jongeren die weinig of geen medicijnen gebruikten.
Er kunnen andere oorzaken zijn voor het verminderde gebruik van medicatie. Bijvoorbeeld dat iemand niet meer de zorg krijgt die hij nodig heeft, of dat hij is afgehaakt. Het verlies zelf kan daarin zelf ook meespelen. Soms valt met het overlijden van een ouder ook de praktische hulp weg die je nodig hebt om zorg vol te houden. Denk dan aan het simpele feit dat iemand een afspraak voor je maakt bij de huisarts, of die eraan denkt dat je je medicijnen neemt. Juist als het beter lijkt te gaan, is het daarom de moeite waard om te vragen hoe het nu echt gaat.
Rouw die later terugkomt
Een verlies uit je kindertijd kun je later opnieuw tegenkomen in een nieuw soort rouw. Iedere keer als je weer een nieuwe levensfase instapt of bij een grote levensgebeurtenis, zoals een eerste serieuze relatie of het krijgen van een eigen kind. Dat zijn omenten dat het verdriet weer naar boven komt. Of het gevoel van gemis zelfs sterker maken. In de vakliteratuur heet dat re-grieving, opnieuw rouwen. Het verlies is nog steeds hetzelfde verlies, maar jij bent nu zelf anders geworden, doorgegroeid in het leven; je bent nu zelf volwassen of je bent zelf een ouder geworden, en in deze nieuwe fase van het leven zie je andere dingen dan toen je kind of tiener was.
Het kan lastig zijn als deze vernieuwde rouw je overvalt. Je dacht misschien dat je het een plek had gegeven of dat je er overheen was. Opnieuw rouwen past bij een verlies dat je als kind meemaakte, en het betekent niet dat je ergens in bent blijven hangen. Eerder schreven we al dat kinderen die jong een ouder verloren, jaren kwetsbaar blijven.
Wat zorgverleners en begeleiders kunnen doen
Voor huisartsen, praktijkondersteuners, psychologen en rouwbegeleiders is het goed om eenvoudige vraag te stellen. Is een van je ouders overleden toen je jong was? Dat kan belangrijke informatie geven als bijvoorbeeld een cliënt van zestig komt met eenzaamheid, pijn of het gevoel dat zijn leven weinig zin heeft. Dit zijn bijvoorbeeld ook klachten die vaker voorkomen na ouderverlies in de kindertijd.
Ook bij relatieproblemen kun je doorvragen naar de band met de ouder die overleed. Het kan je veel inzicht extra geven.
Komt iemand bij een rouwbegeleider na een nieuw verlies, denk dan ook aan het meedragen van een eerder verlies. De gezinsgeschiedenis telt in deze nieuwe rouw ook mee, net zoals broers en zussen meetellen in hoe zwaar het verlies van een ouder op volwassen leeftijd aankomt.
Als jij het was die jong een ouder verloor
De meeste mensen die jong een ouder verloren, hebben later niet meer klachten dan anderen. Het is je gelukt om je leven op te bouwen zonder die belangrijke persoon in je leven. Het geeft veel van je gevraagd. En als je daar jaren later nog steeds iets van merkt, dan is dat niet gek. Misschien merk je het aan je lijf, of aan de angst om iemand te verliezen, ook als je die angst niet redelijk vindt of niet goed snapt waar dat vandaan komt.
Plan een bezoek aan de huisarts als je veel last hebt van pijn of eenzaamheid. Vertel dan gerust dat je als kind een ouder verloor, zodat je klachten beter te plaatsen zijn. En komt het verdriet terug nu je zelf een gezin hebt of nu je relatie serieus wordt, dan hoef je dat niet weg te redeneren. Hier kun je je kwetsbaar voelen, en ook dat mag er zijn.
Gezien worden, ook na veertig jaar
Een verlies uit je jeugd kan jarenlang stil blijven en dan op een onverwacht moment weer voelbaar worden. Van buitenaf zie je vaak iemand die het goed heeft gedaan, en dat klopt ook. Wat het heeft gekost om zo ver te komen, zie je daarbij meestal niet. Een vraag naar die ouder, ook na veertig jaar, maakt daar ruimte voor.
Bronnen
- Denckla, C. A., Cowden, R. G., Wilkinson, R., Padgett, R. N., Sung, M., Johnson, B. R., & VanderWeele, T. J. (2026). Association between parental death during childhood and health and wellbeing in adulthood in 22 countries and regions: a retrospective, outcome-wide analysis. The Lancet Public Health, 11(11), e857–e867. https://doi.org/10.1016/S2468-2667(26)00185-4
- Heijningen, C. J. M. van. (2025). Life after loss: long-term impact of parental death during childhood [Proefschrift, Universiteit Leiden]. https://hdl.handle.net/1887/4198278
- Heijningen, C. J. M. van, Berkel, S. R. van, Langereis, I., Elzinga, B. M., & Alink, L. R. A. (2025). Losing a parent during childhood: The impact on adult romantic relationships. Family Process, 64(1), e13060. https://doi.org/10.1111/famp.13060
- Heijningen, C. J. M. van, Berkel, S. R. van, Rosinda, S. J., Penninx, B. W. J. H., Alink, L. R. A., & Elzinga, B. M. (2024). Long-term effects of experiencing childhood parental death on mental and physical health: A NESDA study. Stress and Health, 40(3), e3322. https://doi.org/10.1002/smi.3322
- Tollosa, D. N., Liu, C., Grotta, A., Hiyoshi, A., Berg, L., Rogne, S., & Rostila, M. (2026). Psychotropic medication trajectories around parental bereavement and their association with suicide mortality among adolescents and young adults, a Swedish nationwide cohort study. Social Psychiatry and Psychiatric Epidemiology. https://doi.org/10.1007/s00127-026-03222-0