Thema's in dit artikel: Jongeren, Kinderen, Ouderverlies, School, Sociale steun, Suicide, preventie, zelfbeschadiging
Wanneer een kind een ouder verliest, staat de omgeving klaar. De eerste weken stromen de kaarten binnen, bieden buren aan om te koken, belt de juf om te vragen hoe het gaat. Maar na een paar maanden wordt het stiller. Het leven van de omgeving gaat verder. Dat van het kind ook, en het verlies reist mee.
Uit een groot Noors onderzoek van Skei-Larssen, Grimholt en Qin (2026), gebaseerd op gegevens van ruim 25.000 jonge mensen, blijkt dat het risico op zelfbeschadiging en suïcide bij kinderen die een ouder verloren verhoogd is in de eerste zes maanden na het overlijden. Dat is misschien te verwachten. Wat minder bekend is: dat risico blijft verhoogd tot meer dan vijftien jaar later.
Het risico verdwijnt niet
De onderzoekers vergeleken kinderen en jongvolwassenen (tot 35 jaar) die een ouder verloren met leeftijdsgenoten die dat niet meemaakten. Het risico op zelfbeschadiging was het hoogst in de eerste zes maanden na het verlies (OR 1,75). Na die periode zakte het tijdelijk, om na een jaar weer op te lopen en verhoogd te blijven. Zelfs na meer dan vijftien jaar was het risico nog steeds anderhalf keer zo hoog als bij niet-nabestaanden (OR 1,61).
Voor suïcide gold een vergelijkbaar patroon. Het risico was het hoogst vlak na het verlies (OR 1,56 in de eerste zes maanden) en bleef ook na vijftien jaar verhoogd (OR 1,30).
Een kanttekening: het onderzoek registreerde alleen zelfbeschadiging die leidde tot ziekenhuisopname. Minder ernstige vormen zijn dus niet meegerekend. Het werkelijke aantal kinderen met deze klachten is waarschijnlijk groter.

Wisselen tussen verdriet en spelen
Kinderen en jongeren gaan anders om met rouw dan volwassenen. Ze wisselen vaak tussen momenten van intens verdriet en periodes waarin ze spelen, leren of plezier maken. De onderzoekers beschrijven hoe kinderen “in en uit het rouwproces” bewegen en afwisselend verdrietig en vrolijk kunnen zijn. Soms zijn ze gericht op het verlies, soms op het gewone leven of de toekomst. Deze afwisseling hoort bij hoe kinderen een verlies een plek geven.
Het risico is dat volwassenen dit verkeerd lezen. Een kind dat weer vrolijk is, lijkt “erover heen”. Terwijl het verdriet op een ander moment terugkomt, soms maanden of jaren later, bij overgangsmomenten: de eerste schooldag zonder papa, het eindexamen, het eerste kind. De omgeving is dan allang verder.
Welke kinderen het grootste risico lopen
Aandacht voor rouwende kinderen blijft jarenlang nodig. Wie werkt met kinderen of jongeren die een ouder verloren, moet weten dat de kwetsbaarheid jarenlang aanwezig kan blijven. Dat geldt voor huisartsen en leerkrachten, voor jeugdwerkers en trainers, en evengoed voor familie en buren.
In het onderzoek liep het risico op zelfbeschadiging het hoogst op bij kinderen die hun ouder verloren vóór hun tiende. Voor suïcide gold dat de groep jongvolwassenen (19 tot 24 jaar) die als kind een ouder verloor het meest kwetsbaar was. Verliezen op jonge leeftijd kunnen pas later in het leven volledig voelbaar worden.
Er zijn aanwijzingen dat gezinsgerichte programma’s kunnen helpen. Het Family Bereavement Program, onderzocht door Sandler en collega’s (2010), bood groeps- en individuele sessies aan gezinnen die een ouder verloren. Kinderen die hieraan deelnamen lieten na zes jaar minder rouwproblemen zien dan kinderen in de controlegroep. Dit soort langdurige steun, gericht op het hele gezin, past bij het beeld dat het Noorse onderzoek schetst: de rouw van een kind verspreidt zich over jaren.
Steun die blijft
Wie een kind kent dat een ouder verloor, mag na zes maanden niet denken: nu gaat het wel weer. Rouw bij kinderen verplaatst zich met de ontwikkeling mee. Ze komt terug bij overgangsmomenten, ook jaren later.
Dat vraagt iets van ons allemaal. Van de leerkracht die in groep 8 nog vraagt hoe het gaat met het gemis. Van de huisarts die bij een tiener met somberheidsklachten navraagt of er eerder een verlies was. Van de sportcoach die ook na jaren af en toe incheckt.
Steun hoeft niet groot te zijn. Ze moet blijven, ook lang nadat de buitenwereld verder is gegaan.
Doe iets, hoe klein dan ook!
Bronnen:
- Sandler, I.N., Ma, Y., Tein, J.Y., Ayers, T.S., Wolchik, S., Kennedy, C. & Millsap, R. (2010). Long-term effects of the family bereavement program on multiple indicators of grief in parentally bereaved children and adolescents. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 78(2), 131-143. https://doi.org/10.1037/a0018393
- Skei-Larssen, E., Grimholt, T.K. & Qin, P. (2026). Risk of deliberate self-harm and suicide in children bereaved from parental death by specific natural and external causes – A national study. Journal of Affective Disorders, 397, 120984. https://doi.org/10.1016/j.jad.2025.120984