Wanneer woorden tekortschieten

Wanneer ze het zei, weet ik niet meer precies, maar deze vrouw zei: 'Ik weet alles over rouw, ik heb erover gelezen, gepraat, en ik ben zelfs naar therapie geweest. Maar pas toen ik begon te tekenen, kwam er iets los.'

We leven in een land waarin we lijken te denken dat rouw iets is waar je over moet praten. Nu klopt dat vaak ook. Een goed gesprek, een luisterend oor, het vinden van woorden voor je verlies: het kan verzachten, ordenen, betekenis geven. Maar niet altijd. Zeker niet altijd. Soms kom je met praten niet verder en is het niet helpend om in het rondje te blijven draaien om te proberen woorden te vinden. Rouw zit niet alleen in je hoofd. Het kan in je lijf zitten. In je handen. In een veel te oppervlakkige ademhaling. In een voortdurende onrust. En dan zeker is het praten alleen niet genoeg.

Rouw als lichamelijke ervaring

Uit onderzoek blijkt dat rouw niet alleen een psychologisch proces is, maar ook lichamelijk sporen nalaat. Het autonome zenuwstelsel raakt ontregeld (Thompson, 2019), mensen ervaren slapeloosheid, spanning, verdoofdheid of juist overprikkeling. Polyvagaaltheorie (Porges, 2011) verklaart hoe het lichaam bij verlies in een toestand van 'bevriezen' of 'vechten/vluchten' kan terechtkomen. In zo'n toestand kun je soms geen woorden vinden. Dan moeten we eerst een andere ingang vinden; via het lichaam zelf.

Deze pagina is beschikbaar voor betalende leden van dit platform.

Wil je ook lid worden? Lees er alles over op deze pagina »

Of log in via het formulier hieronder.

Lees nog meer