Thema's in dit artikel: Rituelen, Rouw, Rouwbegeleiding, Verdriet, disenfranchised grief, miskraam, moederschap, stilgeboorte, zwangerschap, zwangerschapsafbreking, zwangerschapsverlies
Negen weken zwanger. Er staan al wat namen op een lijstje en de afspraak voor de eerste echo is gemaakt. Dan komt de bloeding. Er volgt een onderzoek en de geruststelling dat een volgende zwangerschap een goede kans van slagen heeft. Binnen een paar dagen draait de wereld weer door. De meeste mensen wisten nog van niets, dus voor de buitenwereld is er niets gebeurd.
Rouwen om een toekomst
Rouw na een miskraam wijkt op één punt af van veel andere rouw. Er zijn geen gedeelde herinneringen om op terug te vallen, en geen verhalen die anderen kunnen meevertellen. Het verlies zit in de toekomst die weg is. Je rouwt om het kind dat je al voor je zag en om het ouderschap dat in jou al begonnen was.
Hoe ver dat ouderschap al kan zijn, vertelden vijf Noorse vrouwen aan onderzoekers. Ze kregen rond de achttiende week te horen dat het ernstig mis was met hun kind. Drie van hen kozen daarna voor afbreking van de zwangerschap, bij één vrouw overleed het kindje in de baarmoeder, één vrouw kreeg een miskraam. Wat ze alle vijf beschreven, was twijfel. Mochten ze hier wel om rouwen? Die twijfel werd sterker wanneer zorgverleners van taal wisselden. De ene keer ging het over een foetus, de andere keer over een kindje. Daardoor gingen sommigen twijfelen aan hun eigen verdriet en aan hun moederschap (Follestad et al., 2026).
Vijf vrouwen zijn vijf vrouwen, ze meldden zich via een lotgenotenorganisatie, en een afbreking rond week achttien is iets anders dan een miskraam bij negen weken. Toch is het die ene vraag die wij in de rouwbegeleiding het vaakst horen, ook na een heel vroeg verlies. Mag ik hier verdrietig om zijn? Meestal stelt iemand hem aan zichzelf.
De omgeving bedoelt het goed. Het was nog zo pril. Een volgende keer lukt het vast. Onbedoeld zit in die woorden de boodschap verstopt dat er weinig te rouwen valt. Rouwwetenschappers noemen dit miskende rouw, in het Engels disenfranchised grief. Ze bedoelen daarmee rouw die de omgeving niet als volwaardig verlies ziet, waardoor je weinig ruimte en steun ervaart.
Dat werkt ook de andere kant op. Voor sommige vrouwen is een vroege miskraam een nare gebeurtenis waar ze niet om rouwen, en ook zij horen van alles over wat ze zouden moeten voelen. Ook dat is een vorm van niet gezien worden.
Wat het met je doet
Onderzoekers van Imperial College London en de KU Leuven vroegen het aan 737 vrouwen die in drie Londense ziekenhuizen kwamen na een vroeg verlies. De meesten hadden een miskraam gehad, 116 van hen een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Na één, drie en negen maanden kregen ze een vragenlijst.
Een maand na het verlies had 29 procent klachten die passen bij posttraumatische stress. Beelden van het gebeurde die terugkomen, alles vermijden wat eraan herinnert, een lijf dat maar niet tot rust komt. Daarnaast had 24 procent matige tot ernstige angstklachten en 11 procent matige tot ernstige somberheidsklachten. Van de vrouwen die op dat moment een doorgaande zwangerschap hadden, was dat 13 procent angst en 2 procent somberheid (Farren et al., 2020).
Na negen maanden was het gezakt naar 18 procent posttraumatische stress, 17 procent angst en 6 procent somberheid. Voor de meeste vrouwen wordt het dus draaglijker met de tijd. Voor een flinke groep duurt dat maanden, en die maanden zijn echt.
Dit zijn vragenlijsten en geen diagnoses, en het gaat om vrouwen die in Britse ziekenhuizen terechtkwamen. De richting is duidelijk genoeg.
De partner rouwt mee, vaak in stilte
Dezelfde onderzoekers legden de vragenlijst ook voor aan de partners van 192 van deze vrouwen, allemaal mannen. Na een maand had 7 procent van hen klachten die passen bij posttraumatische stress, tegen 34 procent van hun eigen vrouw (Farren et al., 2021). Dat verschil is groot, en het is waarschijnlijk ook echt.
Tegelijk stuurde na negen maanden 39 procent van de mannen de lijst terug, tegen 59 procent van de vrouwen. Wie zijn verdriet wegduwt, vult minder snel een vragenlijst over dat verdriet in.
Tien Australische mannen vertelden waar die stilte vandaan komt. Ze beschreven groot verdriet, machteloosheid, het gevoel verslagen te zijn. Vrijwel niemand om hen heen erkende dat het ook hún was overkomen, en in het ziekenhuis ging alle aandacht naar hun vrouw. Ze vonden dat ze er moesten zijn voor haar en wilden haar niet belasten met wat ze zelf voelden (Miller et al., 2019).
Die 7 procent is geen reden om niets te vragen, want de vraag is nooit gesteld. Hoogleraar voortplantingsgeneeskunde Mariëtte Goddijn zei in 2021 al dat artsen, verpleegkundigen en verloskundigen een miskraam zouden moeten erkennen als echt verlies, en dat die erkenning ook de partner toekomt (NOS, 2021). Wij zien in de rouwbegeleiding hetzelfde. De partner krijgt de vraag hoe het met haar gaat, zelden hoe het met hemzelf gaat.
Binnen één relatie kan rouw daardoor heel verschillende vormen aannemen. De een wil praten, de ander zoekt afleiding en telt in stilte de weken die de zwangerschap geduurd zou hebben. Die verschillen zeggen niets over hoeveel iemand van het kindje hield. Ze worden pas een probleem wanneer je ze bij elkaar gaat uitleggen als onverschilligheid.
Wat vrouwen zelf vragen
In Australië bundelden onderzoekers acht studies met in totaal 1.581 vrouwen die vertelden wat ze na een miskraam nodig hadden. Er kwamen drie dingen uit. Ze wilden weten wat een miskraam is en wat hun te wachten stond. Ze wilden zorg waarin hun verdriet er mocht zijn. En ze wilden dat iemand later nog belde om te vragen hoe het ging (Maknia et al., 2026). Die drie komen uit de gesprekken met een kleiner deel van die 1.581 vrouwen, en het gaat over de Australische zorg.
Geen therapie. Geen behandeling. Geen diagnose.
Daar gaat het mis. Wat mensen missen is erkenning, en wat ze krijgen is een verwijzing. Die twee lijken op elkaar en doen het tegenovergestelde. Een verwijzing maakt van een verlies dat jullie samen dragen een klacht die van jou alleen is. Daarna hoeft de verloskundige niets te vragen, de werkgever niets te regelen en de schoonfamilie niets te zeggen, want er is iemand voor.
Voor de vrouwen die na negen maanden nog steeds herbelevingen hebben, is behandeling geen luxe. Voor de meesten gaat het om iets anders, en dat kost bijna niets. Een verloskundige, huisarts of praktijkondersteuner die na een paar weken belt en vraagt hoe het met jullie allebei gaat, doorbreekt de stilte waar veel stellen in terechtkomen. Voor rouwbegeleiders is het goed om te weten dat achter een hulpvraag over somberheid of relatieproblemen soms een onuitgesproken zwangerschapsverlies schuilgaat, ook als dat verlies jaren geleden plaatsvond.
Waarom niemand het weet
Er is nog iets, en misschien voelde je het al.
In 2024 kwamen in Nederland 461 kinderen levenloos ter wereld. Vierhonderdeenenzestig, tot op het kind nauwkeurig. Dat weten we omdat je verplicht aangifte moet doen van een kind dat levenloos geboren wordt na een zwangerschap van meer dan 24 weken. Duurde de zwangerschap korter, dan mag je aangifte doen en hoeft het niet, en het CBS laat die aangiften buiten zijn cijfers.
In een eerdere versie van dit artikel werd het getal uit 2022 genoemd van 822 kinderen die in Nederland levenloos ter wereld kwamen. Dit is aangepast aan de getallen van het CBS uit 2024.
Hoeveel miskramen Nederland per jaar kent, weet niemand. De richtlijn van de gynaecologen schrijft het zelf op. Geschat wordt dat jaarlijks ongeveer 20.000 vrouwen in Nederland een miskraam doormaken, en die schatting is afgeleid uit twee buitenlandse onderzoeken, uit 1988 en 2003 (NVOG).
Vierhonderdeenenzestig kinderen zijn geteld. Twintigduizend vrouwen zijn geraden.
Die grens van 24 weken is ooit getrokken rond levensvatbaarheid. Maar niemand heeft toen besloten dat een verlies daarvoor minder telt. Zo pakt het alleen wel uit. Wat in geen enkel cijfer staat, komt ook in geen enkel plan. Er is geen aantal om te volgen en geen groep om zorg voor in te richten. Nederland is daarin niet uniek. Ook het Verenigd Koninkrijk telt zijn miskramen niet, en het onderzoekscentrum dat de Lancet-serie over miskramen schreef zet registratie bovenaan zijn lijst met aanbevelingen (Tommy’s, 2021).
Je merkt dat in de spreekkamer, waar de lichamelijke controle wel geregeld is en de vraag hoe het met je gaat van niemand de taak is.
Wereldwijd gaat het volgens diezelfde serie om naar schatting 23 miljoen miskramen per jaar, 15,3 procent van alle vastgestelde zwangerschappen. Van alle vrouwen heeft 10,8 procent één miskraam meegemaakt, 1,9 procent twee, en 0,7 procent drie of meer (Quenby et al., 2021). Ook dat zijn schattingen, en de werkelijke aantallen liggen vermoedelijk hoger.
Er is één plek waar je kindje wel bestaat op papier. Sinds 2019 kun je een levenloos geboren kind laten opnemen in de Basisregistratie Personen, ongeacht hoe lang de zwangerschap duurde en hoe lang geleden het gebeurde. Ook na een miskraam kan dat. Je hebt er een akte van geboorte (levenloos) voor nodig, en die is bij een heel vroeg verlies niet altijd vanzelfsprekend, dus of het lukt hangt van je situatie af. De registratie staat alleen op jouw eigen persoonslijst, zichtbaar voor jou als je inlogt bij MijnOverheid. Ze gaat niet naar het CBS en telt in geen enkel landelijk cijfer mee (Rijksoverheid). De overheid heeft geregeld dat je je kind voor jezelf officieel kunt maken, en tegelijk laat ze het tellen zoals het was. Dat die regeling er kwam, is te danken aan een petitie van ouders die het als een gemis ervoeren dat hun kind nergens voorkwam.
Wanneer is extra hulp verstandig?
De meeste vrouwen en partners vinden na verloop van tijd een manier om het verlies te dragen, zeker wanneer de omgeving meeleeft. Er is reden om hulp te zoeken wanneer klachten na enkele maanden niet afnemen of je dagelijks leven blijven beheersen. Denk aan herbelevingen die aanhouden, het vermijden van alles wat aan de zwangerschap herinnert, of somberheid die niet meer weggaat. De huisarts is dan een goede eerste stap en kan doorverwijzen naar een psycholoog of rouwtherapeut met ervaring op dit gebied.
Dit zou je kunnen doen
Erkenning begint bij jezelf en bij de mensen om je heen. Vertel aan iemand die je vertrouwt wat dit kindje voor je betekende, ook als de zwangerschap maar kort duurde. Had het kindje al een naam of een koosnaam, gebruik die dan. Voor de omgeving geldt het omgekeerde. Vraag ernaar en spreek de naam uit. Wees niet bang om verdriet op te roepen, want dat verdriet is er al.
Praat als stel over de verschillen in jullie rouw voordat ze voor spanning gaan zorgen. Benoem wat je nodig hebt en vraag wat de ander nodig heeft, in de wetenschap dat die behoeften mogen verschillen.
Werkvormen
Deze bestanden zijn beschikbaar voor leden van dit platform.
003 – Een brief aan wie je verloor – Je schrijft een brief aan de persoon die je verloor.
019 – Een persoonlijk rouwritueel vormgeven – Je ontwerpt een eigen, kleine symbolische handeling rond het verlies.
098 – Symbolische natuurrituelen – Drie kleine rituelen die de natuur als decor gebruiken.
Bronnen:
- Centraal Bureau voor de Statistiek. Doodgeboren kinderen; leeftijd moeder, kenmerken geboorte en Overledenen; kerncijfers. Geraadpleegd via cbs.nl. In 2022 werden in Nederland 822 kinderen doodgeboren na een zwangerschapsduur van ten minste 24 weken.
- Farren, J., Jalmbrant, M., Falconieri, N., Mitchell-Jones, N., Bobdiwala, S., Al-Memar, M., Tapp, S., Van Calster, B., Wynants, L., Timmerman, D., & Bourne, T. (2020). Posttraumatic stress, anxiety and depression following miscarriage and ectopic pregnancy: a multicenter, prospective, cohort study. American Journal of Obstetrics and Gynecology, 222(4), 367.e1-367.e22. https://doi.org/10.1016/j.ajog.2019.10.102
- Farren, J., Jalmbrant, M., Falconieri, N., Mitchell-Jones, N., Bobdiwala, S., Al-Memar, M., Tapp, S., Van Calster, B., Wynants, L., Timmerman, D., & Bourne, T. (2021). Differences in post-traumatic stress, anxiety and depression following miscarriage or ectopic pregnancy between women and their partners: multicenter prospective cohort study. Ultrasound in Obstetrics & Gynecology, 57(1), 141-148. https://doi.org/10.1002/uog.23147
- Follestad, H. S., Kalstad, T. G., Christoffersen, L., & Berg, A. (2026). The Right to Grieve: Norwegian Women’s Experiences of Care During Termination of Pregnancy in Second Trimester. OMEGA, Journal of Death and Dying. https://doi.org/10.1177/00302228261469446
- Maknia, K., O’Brien, S., Marsden, J., & Redmond, R. (2026). Women’s experiences of psychological care following early pregnancy loss: a scoping review and thematic synthesis. Journal of Reproductive and Infant Psychology. https://doi.org/10.1080/02646838.2026.2694052
- Miller, E. J., Temple-Smith, M. J., & Bilardi, J. E. (2019). ‘There was just no-one there to acknowledge that it happened to me as well’: A qualitative study of male partner’s experience of miscarriage. PLoS ONE, 14(5), e0217395. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0217395
- Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (2020). Richtlijn Miskraam, algemene inleiding. Geraadpleegd via richtlijnendatabase.nl.
- NOS (27 april 2021). Jaarlijks 23 miljoen miskramen, maar nauwelijks aandacht voor het verdriet. nos.nl/artikel/2378468.
- Quenby, S., Gallos, I. D., Dhillon-Smith, R. K., Podesek, M., Stephenson, M. D., Fisher, J., et al. (2021). Miscarriage matters: the epidemiological, physical, psychological, and economic costs of early pregnancy loss. The Lancet, 397(10285), 1658-1667. https://doi.org/10.1016/S0140-6736(21)00682-6
- Rijksoverheid. Opname levenloos geboren kind in Basisregistratie Personen. Geraadpleegd via https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/aangifte-geboorte-en-naamskeuze-kind/vraag-en-antwoord/registratie-levenloos-geboren-kind
- Tommy’s (2021). Miscarriage Matters: Findings from The Lancet Miscarriage Series and Implications for Policy with Recommendations. Geraadpleegd via tommys.org.