Thema's in dit artikel: Stress, Verlies, cortisol, gebrokenhartsyndroom, hartinfarct, hartklachten, hartritmestoornissen, hormonen, pijn op de borst, takotsubo
Een benauwd gevoel op je borst dat je ’s ochtends al hebt als je wakker wordt. Een drukkend gevoel achter je borstbeen. Een steek op een moment dat je hem niet verwacht. Veel mensen die iemand hebben verloren kennen dat gevoel, en pijn op de borst hoort bij de lichamelijke klachten die na een overlijden het vaakst genoemd worden.
Je zou verwachten dat zoiets gewoons goed onderzocht is. Een groep onderzoekers uit Zürich, Salzburg en Californië zocht dit jaar tien jaar aan medische literatuur af en vond vier studies waarin bij rouwenden is nagegaan of ze pijn op de borst hadden.
Waarom er zo weinig over bekend is
In het ziekenhuis draait de vraag om schade aan het hart, en wordt die niet gevonden, dan ga je naar huis met de mededeling dat er niets aan de hand is. In het rouwonderzoek gaat het over gevoelens en gedachten, en over de vraag of iemand vastloopt in het verdriet, waarbij het lichaam zelden ter sprake komt. Zo blijft de klacht waarmee zoveel mensen rondlopen in beide vakgebieden buiten beeld.
Wat wel bekend is, gaat over pijn in bredere zin. Weduwen en weduwnaars geven ongeveer drie keer zo vaak aan dat ze op dat moment ergens sterke pijn hebben als leeftijdsgenoten die niemand verloren. En bij mensen die iemand door zelfdoding verloren, blijken lichamelijke klachten lang aan te houden.
Wat er in je lichaam gebeurt
Hoe verdriet in je borstkas terechtkomt, weten we niet precies. Wat onderzoekers wel zien, is dat er in de weken na een verlies van alles verandert in je lichaam.
Je zenuwstelsel schakelt naar een hogere stand. Je hart klopt sneller, je bovendruk gaat omhoog, en de kleine variatie tussen twee hartslagen wordt minder. Het is een beetje technisch, maar die variatie zegt iets over hoe soepel je lichaam kan wisselen tussen inspanning en rust; hoe kleiner die variatie wordt, hoe gevoeliger je bent voor pijn. Tegelijk raakt het dagritme van cortisol van slag, het hormoon waarmee je lichaam stress opvangt, en dat werkt door in je bloedvaten en in de stolling van je bloed.
Er gebeurt ook iets in je afweer. Na een verlies stijgen de ontstekingsstoffen in je bloed, en die maken de zenuwbanen die pijn doorgeven gevoeliger. Dezelfde prikkel doet dan meer pijn dan anders. Daar komt de spierspanning bij. Bij stress trekken je nek en je schouders zich samen, en hetzelfde gebeurt met de kleine spieren tussen je ribben, die je bij elke ademhaling gebruikt. Blijven die gespannen staan, dan voelt je borstkas strak en drukkend, op precies de plek waar je ook pijn van je hart zou voelen. En verdriet verandert je ademhaling. Je zucht, je ademt oppervlakkiger, en soms raak je in een kringetje waarin het beklemde gevoel je ademhaling onrustiger maakt en die onrustige ademhaling het beklemde gevoel versterkt.
Van alles wat hierboven staat, is de spierspanning het enige dat bij rouwenden nooit is gemeten. De onderzoekers schrijven dat er zelf bij, en noemen het een vermoeden waarvoor het bewijs nog ontbreekt.
Het gebroken hart, en hoe zeldzaam dat is
Heel soms gaat het verder en raakt het hart zelf ontregeld, en dan spreken artsen van het gebrokenhartsyndroom. Het lijkt op een hartinfarct, met pijn op de borst, benauwdheid en afwijkende waarden in het bloed, terwijl de kransslagaders bij onderzoek gewoon open blijken. De punt van de linkerhartkamer bolt op tot iets wat lijkt op de fuik waarmee Japanse vissers octopussen vangen, en daar komt de medische naam vandaan: takotsubosyndroom.
Het overkomt vooral vrouwen, meestal boven de zestig. Het beeld dat de meeste mensen erbij hebben komt uit films, waarin iemand op de begrafenis van een geliefde letterlijk bezwijkt van verdriet. Dat klopt maar half, want artsen vinden bij ruim een kwart van de patiënten een emotionele aanleiding en bij ruim een derde een lichamelijke, zoals een operatie of een longontsteking. Bij nog eens een kwart vinden ze helemaal niets.
Begin september beschreven Amerikaanse artsen een patiënte bij wie die twee door elkaar liepen. Een vrouw van 69 kwam ernstig benauwd binnen en moest beademd worden. In haar bloed liep de stof op die vrijkomt als hartspiercellen beschadigd raken, het echobeeld liet een verzwakte hartspier zien en haar kransslagaders bleken open. Pas bij doorvragen kwam naar boven dat haar zus drie maanden eerder was overleden. De artsen houden het erop dat het longfalen de directe aanleiding was en dat rouw haar vatbaarder had gemaakt. Vier maanden later was haar hart hersteld.
Eén patiënt zegt niets over hoe vaak dit gebeurt, en toch is deze casus om een andere reden de moeite waard. Hij laat zien hoe de lichamelijke en de emotionele kant in elkaar grijpen, en dat het verband met het overlijden van haar zus pas boven tafel kwam doordat iemand doorvroeg. Dat het patroon breder geldt, blijkt uit onderzoek waarin vrouwen met dit syndroom zijn vergeleken met vrouwen die een hartinfarct kregen en met gezonde vrouwen. Het overlijden van een familielid of goede vriend kwam in de eerste groep vaker voor, en wat de doorslag leek te geven was het aantal ingrijpende gebeurtenissen in het halfjaar ervoor. Eén heftig moment vlak van tevoren deed er juist niet toe. In deze cijfers weegt de optelsom van maanden zwaarder dan één enkele gebeurtenis.
Hoe groot is het risico?
In de eerste vierentwintig uur na het overlijden van iemand die dicht bij je stond, is de kans op een hartinfarct ruim twintig keer zo groot als anders. Van dat getal hoef je niet te schrikken. Laat ik het even op een andere manier uitleggen. Bij mensen zonder verhoogd risico op hartklachten krijgt in die eerste week ongeveer één op de 1400 een infarct dat er anders niet was geweest, en bij wie dat verhoogde risico wel heeft is het ongeveer één op de 320.
In de weken daarna blijft het risico wat verhoogd en daarna zakt het terug. Bij hartritmestoornissen zie je hetzelfde patroon, met een piek in de tweede week na het verlies van een partner en een jaar later vrijwel geen verschil meer. Het effect is groter bij mensen onder de zestig, en groter naarmate het overlijden minder werd verwacht.
Het risico bestaat dus echt, het duurt kort en het gaat om kleine aantallen. De extra kans zit vooral bij mensen die al hartklachten hadden of om een andere reden kwetsbaar waren.
Als je zelf met die pijn rondloopt
Als je borst pijn doet in de weken na een verlies, is dat een klacht om serieus te nemen. Er gebeurt werkelijk iets in je lichaam, en het is meetbaar. Eerder schreven we over wat een golf van verdriet met je bloeddruk doet, waarbij de bovendruk van nabestaanden gemiddeld zeventien punten omhoogging tijdens het ophalen van een pijnlijke herinnering en tien minuten later pas half was gezakt.
Serieus nemen betekent in dit geval dat je ermee naar de huisarts gaat, ook als je bijna zeker weet dat het met je verdriet te maken heeft. Een arts kan uitsluiten wat uitgesloten moet worden, en dat is geen taak die je er zelf bij moet nemen op een moment dat je toch al weinig energie hebt. Het is bovendien precies de periode waarin het risico iets hoger ligt, dus de neiging om het weg te wuiven komt op een ongelukkig moment.
Omdat de belasting zich over maanden opbouwt, doet je dagelijkse routine meer voor je dan het lijkt. Op tijd naar bed gaan en elke dag even naar buiten zijn geen bijzaken, en hetzelfde geldt voor de mensen om je heen die weten hoe het met je gaat. Dat we eerder schreven over slaap in rouwtijd en over bewegen in rouwtijd is geen toeval, want die twee grijpen aan op precies wat hierboven beschreven staat.
Bij de ademhaling kun je zelf iets doen. Langzaam ademen, minder dan tien keer per minuut, verhoogt de variatie tussen je hartslagen, en dat is precies de variatie die na een verlies daalt. Mensen die ademhalingsoefeningen doen, geven in gecontroleerd onderzoek minder stress aan dan mensen die dat niet doen. Het effect is bescheiden en het kost je niets om het te proberen.
Wat je hiermee kunt
De klacht waarmee dit artikel begon komt veel voor na een verlies, en er gebeurt werkelijk iets in je lichaam dat het kan verklaren. Voor de meeste mensen loopt het goed af. Toch is het verstandig om zo’n klacht te laten nakijken, ook als het verdriet een voor de hand liggende oorzaak lijkt. Wat daarna helpt? Het is minder spectaculair dan je zou denken: het gaat om slapen, bewegen, mensen om je heen en af en toe rustig ademen. Juist omdat de belasting zich over maanden opbouwt, is dat waar het verschil zit.
Over het onderzoek
De review die aan dit artikel ten grondslag ligt, is van Evstigneev en collega’s van het Universiteitsziekenhuis Zürich, de Universiteit van Salzburg en UCLA. Zij doorzochten de medische database PubMed, kwamen uit op 220 artikelen en hielden er 49 over. Vier daarvan maten pijn op de borst bij rouwenden, drieëntwintig keken naar lichamelijke metingen en tweeëntwintig naar hartklachten op langere termijn. Hun model is theoretisch en de auteurs schrijven zelf dat het met terughoudendheid gelezen moet worden. Er is geen onderzoek waarin bij dezelfde nabestaanden zowel de pijnklachten als de lichamelijke metingen zijn bijgehouden, waardoor het verband tussen die twee afgeleid blijft. De cijfers over het gebrokenhartsyndroom komen uit een internationaal register met 1750 patiënten uit 26 ziekenhuizen in Europa en de Verenigde Staten. Daarvan was 89,8 procent vrouw, met een gemiddelde leeftijd van 66,8 jaar. Bij 27,7 procent was er een emotionele aanleiding, bij 36,0 procent een lichamelijke en bij 28,5 procent geen aanwijsbare. De vergelijking van levensgebeurtenissen is gemaakt bij 45 vrouwen met het syndroom, 32 vrouwen met een hartinfarct en 30 gezonde vrouwen. Dat is een kleine groep, en de deelnemers vertelden achteraf over hun leven, dus die uitkomst staat niet als een huis. Het risicocijfer van eenentwintig keer komt uit onderzoek onder 1985 infarctpatiënten. Brits cohortonderzoek onder ruim dertigduizend nabestaanden vond binnen dertig dagen bij 0,16 procent een hartinfarct of beroerte, tegenover 0,08 procent in een controlegroep van ruim tachtigduizend mensen. Deens registeronderzoek naar boezemfibrilleren vergeleek 88.612 patiënten met 886.120 controles en vond de piek acht tot veertien dagen na het verlies. Wat er over ademhaling staat, komt uit twee andere bronnen. Een systematisch overzicht van vijftien studies naar langzaam ademen bij gezonde volwassenen vond een hogere hartslagvariatie en meer rust en helderheid. Een meta-analyse van twaalf gecontroleerde onderzoeken onder 785 volwassenen vond een klein tot middelgroot effect op zelfgerapporteerde stress. De auteurs daarvan beoordeelden de meeste studies als matig betrouwbaar van opzet en waarschuwen voor te veel verwachting bij te weinig bewijs.
Bronnen:
- Carey, I.M., Shah, S.M., DeWilde, S., Harris, T., Victor, C.R., & Cook, D.G. (2014). Increased risk of acute cardiovascular events after partner bereavement: a matched cohort study. JAMA Internal Medicine, 174(4), 598-605. https://doi.org/10.1001/jamainternmed.2013.14558
- Cwalina, P., Rahmatullah, I., Samad, A., & Budzikowski, A.S. (2026). When Grief Strains the Heart: A Case of Reverse Takotsubo Cardiomyopathy Triggered by Mourning and Respiratory Failure. American Journal of Case Reports, 27, e952896. https://doi.org/10.12659/AJCR.952896
- Evstigneev, S.R., Wilhelm, F.H., Slavich, G.M., Blum, D., & Seiler, A. (2026). Grief-Related Chest Pain: A Review, Conceptual Analysis, and Integrative Model. Psychophysiology, 63(2), e70248. https://doi.org/10.1111/psyp.70248
- Fincham, G.W., Strauss, C., Montero-Marin, J., & Cavanagh, K. (2023). Effect of breathwork on stress and mental health: A meta-analysis of randomised-controlled trials. Scientific Reports, 13(1), 432. https://doi.org/10.1038/s41598-022-27247-y
- Graff, S., Fenger-Grøn, M., Christensen, B., Pedersen, H.S., Christensen, J., Li, J., & Vestergaard, M. (2016). Long-term risk of atrial fibrillation after the death of a partner. Open Heart, 3(1), e000367. https://doi.org/10.1136/openhrt-2015-000367
- Mostofsky, E., Maclure, M., Sherwood, J.B., Tofler, G.H., Muller, J.E., & Mittleman, M.A. (2012). Risk of acute myocardial infarction after the death of a significant person in one’s life: the Determinants of Myocardial Infarction Onset Study. Circulation, 125(3), 491-496. https://doi.org/10.1161/CIRCULATIONAHA.111.061770
- Rosman, L., Dunsiger, S., & Salmoirago-Blotcher, E. (2017). Cumulative Impact of Stressful Life Events on the Development of Takotsubo Cardiomyopathy. Annals of Behavioral Medicine, 51(6), 925-930. https://doi.org/10.1007/s12160-017-9908-y
- Spillane, A., Matvienko-Sikar, K., Larkin, C., Corcoran, P., & Arensman, E. (2018). What are the physical and psychological health effects of suicide bereavement on family members? An observational and interview mixed-methods study in Ireland. BMJ Open, 8(1), e019472. https://doi.org/10.1136/bmjopen-2017-019472
- Templin, C., Ghadri, J.R., Diekmann, J., Napp, L.C., Bataiosu, D.R., Jaguszewski, M., et al. (2015). Clinical Features and Outcomes of Takotsubo (Stress) Cardiomyopathy. New England Journal of Medicine, 373(10), 929-938. https://doi.org/10.1056/NEJMoa1406761
- Zaccaro, A., Piarulli, A., Laurino, M., Garbella, E., Menicucci, D., Neri, B., & Gemignani, A. (2018). How Breath-Control Can Change Your Life: A Systematic Review on Psycho-Physiological Correlates of Slow Breathing. Frontiers in Human Neuroscience, 12, 353. https://doi.org/10.3389/fnhum.2018.00353