Rouwtheorieën veranderden: van lineaire rouw naar dynamische processen

Van vaste rouwstappen naar persoonlijke routes

Jarenlang gingen we ervan uit dat rouw een voorspelbaar traject volgt met helder afgebakende fasen. Hulpverleners leerden dat rouwenden eerst ontkenning ervaren, daarna boosheid, vervolgens onderhandeling, dan depressie en uiteindelijk acceptatie. Deze kijk op rouw, gebaseerd op het werk van Elisabeth Kübler-Ross uit 1970, bepaalde decennialang onze benadering van verlies.

Uit recent onderzoek van Christina Kustanti en haar internationale team (2024) blijkt een opvallende verandering. Hun systematische analyse van 51 wetenschappelijke studies uit de afgelopen tien jaar laat zien dat onderzoekers het klassieke fasemodel nauwelijks nog gebruiken. Ze werken nu vooral met dynamische modellen die beter aansluiten bij de complexiteit en uniciteit van ieders rouwproces. Deze verschuiving verandert zowel hoe professionals rouwenden begeleiden als hoe we als samenleving naar verlies kijken.

Waarom lineaire modellen tekortschieten

Het fasemodel van Kübler-Ross kwam voort uit onderzoek bij terminaal zieke patiënten, niet bij nabestaanden. Toch paste men het breed toe op alle vormen van verlies. De aantrekkingskracht zat in de eenvoud: rouw als voorspelbaar proces met een helder eindpunt. Voor hulpverleners bood het houvast, voor rouwenden een kompas.

Maar de werkelijkheid bleek weerbarstiger. Mensen schommelden tussen emoties, keerden terug naar eerdere gevoelens of beleefden meerdere emoties tegelijk. Sommigen voelden zich schuldig omdat ze niet de "juiste" fase doorliepen. Anderen kregen te horen dat ze door moesten naar de volgende fase, ook als ze daar niet klaar voor waren. Het model dat bedoeld was om te helpen, werd soms een keurslijf.

Deze pagina is beschikbaar voor betalende leden van dit platform.

Wil je ook lid worden? Lees er alles over op deze pagina »

Of log in via het formulier hieronder.

Lees nog meer