Niet per se. Lange tijd was het idee dat je je verdriet moest ‘doorwerken’ door er veel over te praten en het eruit te gooien. Onderzoek heeft dat niet bevestigd. Utrechtse onderzoekers volgden weduwen en weduwnaars twee jaar lang en vonden geen aanwijzing dat wie veel over zijn gevoelens praatte, er beter uitkwam.
Dat betekent niet dat je je verdriet beter kunt wegstoppen. Wie het verlies stelselmatig ontwijkt, loopt later vaak vast. Wat werkt, is wisselen: soms bewust stilstaan bij het gemis, soms je aandacht op het gewone leven richten. Of je dat doet door te praten, te schrijven, te wandelen of in stilte, mag je zelf weten.
Lees verder: Zoeken en vermijden
Bron: Stroebe e.a. (2002), Journal of Consulting and Clinical Psychology
VEELGESTELDE VRAGEN OVER ROUW
Kom je ooit over een groot verlies heen?
‘Eroverheen komen’ past voor de meeste mensen niet bij hoe het voelt. Je gaat niet terug naar wie je was voor het verlies, en de ander blijft gemist. Wat wel gebeurt, is dat je leert leven met het verlies als deel van je geschiedenis. De pijn wordt minder scherp en er komt weer ruimte voor plezier, plannen en nieuwe mensen.
De band met de overledene blijft daarbij bestaan en verandert van vorm. Je praat misschien nog tegen hem of haar, draagt een sieraad, houdt een traditie in ere of merkt dat je dingen doet zoals de ander ze deed. Rouwonderzoekers noemen dat continuing bonds, voortdurende verbondenheid, en het hoort bij gezond rouwen. Veel mensen omschrijven het na jaren als een litteken: het blijft zichtbaar, maar het doet niet meer elke dag pijn.
Lees verder: Continuing bonds
Bron: Klass, Silverman & Nickman (1996), Continuing Bonds: New Understandings of Grief
VEELGESTELDE VRAGEN OVER ROUW
Wat is een persisterende rouwstoornis?
Rouw die zo heftig blijft dat het leven vastloopt. Sinds 2022 staat de persisterende rouwstoornis als diagnose in het psychiatrisch handboek DSM-5-TR, en ook de ICD-11 van de Wereldgezondheidsorganisatie kent hem, als prolonged grief disorder. Kenmerkend is een intens verlangen naar de overledene of een voortdurende bezigheid met hem of haar, bijna elke dag. Daarbij komen klachten als ongeloof over de dood, het gevoel dat een deel van jezelf is gestorven, emotionele verdoving, het vermijden van herinneringen of het gevoel dat het leven geen zin meer heeft.
De DSM-5-TR spreekt bij volwassenen van een stoornis als dit minstens twaalf maanden na het overlijden nog speelt; de ICD-11 hanteert zes maanden. Ongeveer een op de tien nabestaanden ontwikkelt zo’n rouwstoornis. Er zijn behandelingen die aantoonbaar helpen, dus praat erover met je huisarts als je jezelf herkent.
Lees verder: Wat werkt bij gecompliceerde rouw
Bron: Prigerson & Maciejewski (2024), World Psychiatry; Lundorff e.a. (2017), Journal of Affective Disorders
VEELGESTELDE VRAGEN OVER ROUW
Hoe vertel ik mijn collega’s over mijn verlies?
Dat hoeft niet allemaal door jou. Je kunt je leidinggevende vragen om het team in te lichten voordat je terugkomt, zodat je het niet steeds opnieuw hoeft te vertellen. Geef daarbij aan wat er gedeeld mag worden en wat niet. Je kunt ook zelf een korte mail sturen.
Het helpt collega’s als je zegt wat je prettig vindt. Bijvoorbeeld: ‘ik vind het fijn als jullie het even noemen, maar op het werk wil ik er liever niet uitgebreid over praten.’ Of juist: ‘vraag gerust hoe het gaat, ik vertel er graag over.’ Dan weten ze waar ze aan toe zijn, en dat scheelt een hoop ongemak aan beide kanten.
Lees verder: Rouw en werk