Aanraking bij rouw: wat rouwenden willen en wat hun omgeving aanbiedt

Het verdriet na een verlies wordt vooral in de borst gevoeld, en daar komt een omhelzing ook aan. Zacht strijken over de arm is de aanraking waar rouwenden naar verlangen en die bijna niemand hun aanbiedt.

Bij een condoleance gebeurt bijna overal hetzelfde. Er wordt een hand gegeven. Er komt een kaart in de bus, er staat een bos bloemen op de eettafel. Wie iets meer aandurft, geeft een omhelzing en klopt daarbij even op de rug, en dan gaat de rij verder.

Het is allemaal goed bedoeld en het doet ook iets. Maar het komt niet allemaal aan op dezelfde plek. Dat is de uitkomst van Zweeds onderzoek. De aanraking waar rouwenden het meest naar verlangen, is de aanraking die vrijwel niemand hun aanbiedt.

Maar rond een uitvaart is er juist meer lichamelijk contact dan normaal. Handen, omhelzingen, mensen die even dichtbij komen. Het gemis aan aanraking begint pas echt wanneer dat ophoudt en het huis weer stil is. Dan blijkt hoeveel er wegviel met die ene persoon. De hand op je rug als je langs elkaar liep in de keuken, een voet tegen je been op de bank, iemand die ’s nachts naast je lag. In ons boek schreven we het zo: “Rouw kan je het gevoel geven van koude eenzaamheid. Dit wordt ook wel huidhonger genoemd. Lichamelijke aanraking is iets wat ieder mens nodig heeft.”

Waar het verdriet zit

Adam Enmalm en Rebecca Boehme van de universiteit van Linköping lieten twee groepen mensen korte filmpjes zien van aanrakingen. Denk dan aan een omhelzing, iemands handen vasthouden, een hand die langzaam over een onderarm strijkt. De ene groep had binnen de laatste twee jaar iemand verloren en beoordeelde de beelden vanuit de kant van degene die wordt aangeraakt. Zou je dit willen ontvangen, en hoe troostend zou het voor je voelen? De andere groep had geen recent verlies meegemaakt en keek vanuit de kant van de trooster. Zou je een rouwende zo aanraken, en denk je dat het helpt?

De rouwenden kregen er nog een vraag bij. Op een getekend lichaam mochten zij aanwijzen waar zij hun rouw voelden, en waar zij de troost van verschillende gebaren voelden.

Bijna iedereen zette de rouw in de borst. Daarna volgden de buik, het hoofd en de keel. En de troost van een omhelzing? Die kwam bij vrijwel dezelfde groep aan in de borst, dus op precies de plek waar het verdriet al zat. Praten over de overledene deed ongeveer hetzelfde. Bij een kaart of een bloemstuk lag het anders. Die kwamen vooral in het hoofd aan en veel minder in de borst.

Voor wie Van missen krijg je het koud heeft gelezen, is dat een bekend gebied. Het hoofdstuk over de biologie van rouw beschrijft het hartzeer daar. Wat dit onderzoek toevoegt, is dat rouwenden zelf aangeven dat een omhelzing op die plek landt en een kaartje landt ergens anders in je lijf.

Het is goed om te weten dat de emoties in de borststreek niet alleen aan verdriet toebehoren. Eerder onderzoek naar waar mensen emoties voelen, plaatst liefde en verbondenheid in ongeveer diezelfde streek. De borst hoort bij het gemis en bij de band die eraan voorafging.

Van missen krijg je het koud

Welke aanraking wordt gemist?

Van alle beelden was er een waarover de twee groepen (simpel gezegd dus de rouwenden en de troosters) ver uit elkaar lagen. Een hand die zacht en langzaam over de onderarm strijkt, alleen met de vingertoppen. De rouwenden wilden dat in grote meerderheid ontvangen. Van de mensen die zich in de rol van trooster verplaatsten, wilde bijna niemand het geven. Ook in hoe troostend zij het vonden liepen de groepen ver uiteen.

Er was nog een verschil, precies de andere kant op. Bij een langzame omhelzing waarbij de een de ander op de schouder klopt en zachtjes wiegt, dachten de troosters dat die meer deed dan de rouwenden zelf aangaven. Beide groepen vonden dit gebaar troostend, alleen de troosters iets meer.

De onderzoekers verwachtten ook een flinke kloof tussen wat rouwenden willen en wat hun omgeving aanbiedt. Die kloof vonden zij niet. Op bijna alle andere aanrakingen zaten de groepen dicht bij elkaar. De meeste mensen hebben dus een redelijk goed gevoel voor wat een rouwende aan lichamelijk contact helpt. Wie zich afvraagt of hij het wel goed doet naast iemand die rouwt, mag daar iets rustiger van worden.

Waarom dat ene verschil dan toch de moeite waard is? Omdat het uitgerekend het gebaar betreft dat je zelf zou moeten vragen. Een omhelzing wordt aangeboden. Een hand op je schouder komt er wel. Zacht over je arm gestreken worden gebeurt bijna nooit spontaan, en dat is precies wat de rouwenden noemden.

Heeft de relatie die je hebt met degene die troost wil bieden niet ook veel invloed?

Van wie de aanraking komt, maakt veel uit. Onderzoekers lieten ruim duizend mensen in vijf Europese landen op een getekend lichaam inkleuren welke delen van hun lijf ieder afzonderlijk persoon uit hun omgeving mocht aanraken. Hoe sterker de band, hoe groter dat gebied. Bij een partner was dat vrijwel het hele lichaam, bij naaste familie het hoofd en de bovenkant van de romp, bij een onbekende alleen de handen. En hoe lang je iemand niet had gezien deed daar niets aan af, dus een zus die ver weg woont mag meer dan een collega die je elke dag spreekt.

Eén plek viel buiten die hele rangorde. Voor de handen maakte de band niets uit. En dat is precies het gebied waar het zachte strijken uit het Zweedse onderzoek zich bevindt, op de onderarm. De aanraking waar rouwenden naar verlangen ligt dus in de zone waarvoor je het minst hoeft te weten wie je voor iemand bent. Voor een omhelzing geldt dat niet.

Overigens, wat de een troostend vindt, vindt de volgende opdringerig. Dat is dus per persoon afhankelijk. Vraag dus om toestemming. Dat is het enige dat werkt.

Het lichaam dat je minder voelt

In hetzelfde onderzoek gaven de meeste rouwenden ook aan dat het gevoel van hun eigen lijf was afgenomen, en dat zij signalen als honger, dorst en moeheid minder goed opmerkten. Ruim de helft voelde zich minder aanwezig in het eigen lichaam. Een kleine groep voelde zich juist meer aanwezig.

Dat bewust zijn van de signalen van je eigen lijf heet interoceptie. Bij deze deelnemers gold dat wie zwaarder rouwde, zich minder aanwezig voelde in het eigen lijf. Uit de praktijk herken ik dat. Want rouwenden geven soms aan zich een vreemde in hun eigen lijf te voelen.

Vaak wordt het advies gegeven om goed naar je eigen lichaam te luisteren. Maar als dat signaal al maanden minder goed doorkomt, is dat best een lastig advies. Regelmaat in het leven aanbrengen werkt dan waarschijnlijk beter. Je eet op vaste tijden omdat het tijd is om te eten, en je gaat naar bed omdat het bedtijd is, ook als je lijf dus niet die signalen doorgeeft.

Wat aanraking doet

Over aanraking in het algemeen is al veel meer bekend. We zijn bijzondere wezens en nabijheid is belangrijker dan we ons soms bewust van zijn. In 2024 verscheen in Nature Human Behaviour een overzichtsstudie waarin ruim tweehonderd onderzoeken bij elkaar zijn gebracht. In de studies waarin de ene groep werd aangeraakt en de andere niet, hadden de volwassen deelnemers minder pijn en minder angst, en ook minder depressieve klachten.

Goed om te weten dat het bij volwassenen geen verschil maakte of de aanraking van een bekende kwam of van een zorgverlener. En mensen die al klachten hadden, hadden er mentaal meer aan dan gezonde deelnemers. Wie na een verlies alleen thuiskomt en niemand heeft om tegenaan te leunen, staat dus niet met lege handen. Een masseur, een lichaamsgerichte rouwbegeleider of een haptotherapeut, dat is daarmee een route waar onderzoek achter staat. Wel hoort er een aantekening bij. Rouw komt in die overzichtsstudie niet als aparte groep voor, dus de uitkomsten gaan over aanraking in het algemeen.

Aanraken doet ook iets voor wie aanraakt

Aanraking doet niet alleen iets bij degene die aangeraakt wordt. Daar ging een Turkse studie over waarbij onderzoekers een week lang ruim tweehonderd echtparen volgden die een kind hadden verloren. Dat verlies was meestal tijdens de zwangerschap, en zij werden vergeleken met een even grote groep paren zonder verlies. Elke avond vulden beide partners in of zij die dag liefdevol hadden aangeraakt, en of zij zich nabij hadden gevoeld.

In beide groepen kwam hetzelfde naar voren. Op dagen dat iemand meer aanraakte dan gebruikelijk, voelde diegene zich zelf nabijer aan de partner. Dat gold sterker voor wie de aanraking gaf dan voor wie haar ontving.

Dat is een mooi inzicht. In ons boek beschrijven we het fenomeen huidhonger als je een gemis met je meedraagt. Je kan er dus zelf ook iets aan doen. Wie de arm van een ander vastpakt, doet daarmee ook iets voor zichzelf.

Vragen om wat je nodig hebt is moeilijker dan het lijkt

Als je jezelf middenin een periode van rouw bevindt, is het verlangen naar aanraking heel gewoon. En een aanraking kan veilig en vriendelijk zijn. Vraag om een omhelzing of even een aanraking, als je daar behoefte aan hebt. En vraag om toestemming als je het een ander wilt geven.

Dat kan beide kanten op een lastig verzoek zijn. Je vraagt het aan iemand die al niet goed weet wat te zeggen, en je vraagt om iets wat we misschien helemaal niet zo gewend zijn. Maar hoe concreter je bent, hoe meer steun je kunt ontvangen of geven. Dus vraag om een hand op je arm, of om een omhelzing die iets langer duurt dan gebruikelijk.

Voor wie naast een rouwende staat, zit de winst in navragen. De onderzoekers benadrukken dat hun opzet geen onderscheid maakte tussen relaties, en dat wie je bent voor iemand bepaalt welke aanraking passend is. Wat een dochter mag doen, mag een collega niet. En de kaart en de bloemen doen ook iets, ze komen alleen ergens anders aan.

Voor wie beroepsmatig met rouwenden werkt, ligt de opdracht bij het lichaam zelf. Als een rouwende zichzelf de eerste maanden minder goed waarneemt, dan is dat het vertrekpunt van een gesprek. Geef er aandacht aan.


Bronnen:

  • Enmalm, A., & Boehme, R. (2024). Body Perception and Social Touch Preferences in Times of Grief. Journal of Loss and Trauma, 29(7), 779-802. https://doi.org/10.1080/15325024.2024.2316117
  • Ergun, T.D., Buyukcan-Tetik, A., Debrot, A., Schut, H., & Stroebe, M. (2024). In contact with grief: Affectionate touch and intimacy in bereaved parents. International Journal of Clinical and Health Psychology, 24(4), 100534. https://doi.org/10.1016/j.ijchp.2024.100534
  • Packheiser, J., Hartmann, H., Fredriksen, K., Gazzola, V., Keysers, C., & Michon, F. (2024). A systematic review and multivariate meta-analysis of the physical and mental health benefits of touch interventions. Nature Human Behaviour, 8(6), 1088-1107. https://doi.org/10.1038/s41562-024-01841-8
  • Nummenmaa, L., Hari, R., Hietanen, J.K., & Glerean, E. (2018). Maps of subjective feelings. Proceedings of the National Academy of Sciences, 115(37), 9198-9203. https://doi.org/10.1073/pnas.1807390115
  • Castelnovo, A., Cavallotti, S., Gambini, O., & D’Agostino, A. (2015). Post-bereavement hallucinatory experiences: A critical overview of population and clinical studies. Journal of Affective Disorders, 186, 266-274. https://doi.org/10.1016/j.jad.2015.07.032
  • Jongeneelen, S., & Van der Toorn, W. (2021). Van missen krijg je het koud. AdieuMedia.

Uit onze shop

Lees nog meer