Een bisschop uit de vierde eeuw en de veerkrachtpsychologie van vandaag

Onderzoekers leggen brieven van Paulinus van Nola naast hedendaagse theorie over hulpbronnen bij verlies. De parallellen zijn herkenbaar, met grenzen.

In het jaar 392 verloren Paulinus en Therasia hun eerstgeboren zoon Celsus. Hij was acht dagen oud. Het verlies kwam boven op een geschiedenis die al getekend was door verlies. Paulinus had eerder zijn beide ouders verloren en de gewelddadige dood van zijn broer meegemaakt. Tegelijk verloor de familie een groot deel van haar bezit door machtswisselingen in het Romeinse Rijk.

Paulinus (ca. 353-431) werd later bisschop van Nola, een klein plaatsje bij Napels. Hij trok zich met Therasia terug bij het graf van Sint Felix en begon, vanuit zijn eigen verlies, brieven te schrijven aan anderen in rouw. Een aantal van die brieven is bewaard gebleven. Onderzoekers Niewiadomska en Wysocki (2026) legden ze onlangs naast een hedendaagse theorie over veerkracht. De overlap is groot.

Wat Paulinus aan rouwenden schreef

Drie dingen komen in zijn brieven steeds terug.

Allereerst benoemt Paulinus dat lijden door niemand alleen gedragen hoeft te worden. Hij schrijft expliciet hoezeer iemand in rouw aanwezigheid en meeleven nodig heeft van de mensen om zich heen. Aan een vriend schrijft hij dat die ander hem overstelpt met goedheid en hem troost met zachte woorden. Geen preek, geen advies, geen poging om het verlies te duiden. Maar wat een echte vriend doet: aanwezig zijn en zachte woorden.

Daarnaast komt hoop terug, op een manier die het verdriet niet probeert weg te schrijven. Paulinus stuurt rouwenden geen aansporing om snel over hun verlies heen te komen. Hij schrijft dat verdriet om wie ons ontvallen is een teken van liefde mag zijn, en dat hoop daar ruimte naast kan houden. Voor hem heeft die hoop een christelijke inhoud, de belofte van opstanding. Boeiend is de structuur die eronder te vinden is: hoop en verdriet die tegelijk bestaan. Dat is breed herkenbaar.

Een derde lijn loopt door een brief aan een weduwnaar. Paulinus schrijft dat de man tranen heeft vergoten voor zijn overleden vrouw en dat hij voor haar ziel goede daden heeft verricht voor mensen die nog in leven zijn. Het is een impliciete aansporing om in beweging te blijven, zonder de pijn weg te poetsen.

Wat veerkrachtonderzoek erover zegt

Stevan Hobfoll, een Amerikaanse psycholoog die onder andere oorlogsveteranen en slachtoffers van politiek geweld onderzocht, formuleerde de Conservation of Resources-theorie (Hobfoll et al., 2018). Daarin staat dat mensen voortdurend bezig zijn met het opbouwen en beschermen van hulpbronnen. Daaronder vallen materiële zaken, sociale relaties, persoonlijke eigenschappen zoals hoop en zelfvertrouwen, en energie. Trauma en groot verlies tasten die voorraad aan. Wat we rouw noemen, is mede daarom zo uitputtend. Er valt veel tegelijk weg.

Daarbovenop beschrijft Hobfoll het paradox-principe. Juist bij groot verlies krijgen kleine toevoegingen van die hulpbronnen een onevenredig groot gewicht. Een arm om je heen, een kaars die brandt, een nacht beter slaap, een kind dat lacht. Wie in rouw is, weet hoe belangrijk zoiets kan zijn. Het verlies zelf zet aan tot het zoeken van wat helpt.

Hobfoll maakt onderscheid tussen interne en externe hulpbronnen. Intern gaat het over hoop, zin, geloof in eigen kunnen, en doelen die iemand vooruithelpen. Extern gaat het over sociale steun en de gemeenschap waarin iemand staat. Materiële veiligheid hoort daar ook bij. Hou en collega’s (2020) lieten daarnaast zien dat vasthouden aan dagelijkse routines een belangrijke beschermfactor is. Werk, sociale contacten, persoonlijke gewoontes en de invulling van vrije tijd vormen samen een buffer. Doorgaan is taai, en juist die taaiheid blijkt te helpen.

De parallel, en de grenzen

In Paulinus’ brieven zien we dus dezelfde mechanismen: aanwezigheid van anderen, hoop, zin, doorgaan met zinvolle dingen. Voor Paulinus zelf hingen de elementen aan elkaar in een christelijk weefsel van hoop op opstanding en vertrouwen op God, gedragen door een ascetische manier van leven. In onze huidige geseculariseerde tijd vallen die woorden natuurlijk vaak anders. Wie geen geloof heeft, leeft ook van hoop in de zin van “er komt nog iets”. Wie geen kerkelijke gemeenschap heeft, kent ook een buurt of een vriendenkring waar steun door stroomt. Dat is dus niet de essentie, want de vormen veranderen. Maar de patronen eronder blijven heel herkenbaar.

Wat we eraan hebben

Voor wie zelf rouwt, kan het troostend zijn om te weten dat mensen elkaar al eeuwenlang op dezelfde manieren door verlies heen helpen. Nabijheid, hoop, en de moed om door te gaan met wat je in beweging houdt. Niet alles wat oud is, is goed. Maar deze drie dingen komen door alle eeuwen heen, in heel verschillende werelden, telkens weer terug. Dat zegt iets.

En ken jij iemand die rouwt? Doe iets, hoe klein dan ook. Aanwezig zijn helpt. Een appje, een wandeling, een keer mee koken zonder dat de rouwende iets terug hoeft te doen. Dat lijken allemaal kleine dingen. Volgens zowel een bisschop uit de vierde eeuw als een onderzoeker uit de eenentwintigste eeuw zijn ze dat allerminst.


Bronnen

  • Niewiadomska, I., & Wysocki, M. (2026). Universality of the Resilience Paradox on the Example of Paulinus of Nola’s Letters to the Trauma-Experiencing Faithful. Journal of Religion and Health. https://doi.org/10.1007/s10943-026-02668-5
  • Hobfoll, S.E., Halbesleben, J., Neveu, J.P., et al. (2018). Conservation of resources in the organizational context: The reality of resources and their consequences. Annual Review of Organizational Psychology and Organizational Behavior, 5(1), 103-128. https://doi.org/10.1146/annurev-orgpsych-032117-104640
  • Hou, W.K., Liu, H., Liang, L., Ho, J., Kim, H., Seong, E., Bonanno, G.A., Hobfoll, S.E., & Hall, B.J. (2020). Everyday life experiences and mental health among conflict-affected forced migrants: A meta-analysis. Journal of Affective Disorders, 264, 50-68. https://doi.org/10.1016/j.jad.2019.11.165
  • Lees zelf de brieven van Paulinus via deze link

Lees nog meer