Rouw na euthanasie: als je de dag van het afscheid al weet

Euthanasie is in Nederland zorgvuldig geregeld. Veel naasten staan achter de keuze van hun dierbare. Dat wil niet zeggen dat rouw dan minder is. Het kan juist behoorlijk zwaar zijn.

“Doodgaan is altijd iets willekeurigs,” zei een zoon in Canada. “Maar als je zegt: op 18 oktober gaat het gebeuren, dan is het niet willekeurig meer. Dat is heel zwaar.” Ook naasten die zelf achter de keuze voor hulp bij sterven stonden, hadden het moeilijk met die vastgestelde datum.

In Nederland is euthanasie bijna ingeburgerd. In 2025 kregen de toetsingscommissies ruim tienduizend meldingen, bijna zes procent van alle mensen die dat jaar overleden. De procedure is zorgvuldig, en wie erom vraagt, heeft er meestal lang over nagedacht. Daardoor ontstaat snel het beeld dat het ook voor de mensen eromheen goed geregeld is. Er was immers tijd voor afscheid, en niemand hoefde te schrikken door een onverwacht bericht. Maar dat beeld dat ervan is klopt maar voor een deel. Wie iemand verliest door euthanasie, rouwt net zo goed als een ander. En deze rouw na euthanasie heeft ook kanten die voor veel mensen onverwacht is.

Een datum in de agenda

Bij een natuurlijke dood weet je meestal niet wanneer het precies gebeurt. Bij euthanasie weet je dat wel, soms zelfs al weken van tevoren. Dat is kostbare tijd die mensen ook zeker gebruiken. Er wordt nog een keer samen gegeten, er komt een fotoalbum op tafel, er wordt soms zelfs een feest gegeven. Soms wordt het wel eens beschreven als de uitvaart, het laatste feestje, waar de hoofdpersoon dan zelf nog bij is.

Maar de datum maakt het verlies ook heel tastbaar. Naasten telden de dagen af, en bij alles wat ze samen deden, zat de gedachte dat het de laatste keer kon zijn. “Volgende week is pa er niet meer,” zei iemand. “Het is zo onwerkelijk! “

Rouw die al begint voordat iemand overlijdt, heet anticiperende of voorbereidende rouw. Je rouwt om iemand die er nog is maar je bereid je tegelijk voor op het afscheid. Bij euthanasie loopt er een klok mee. Een zorgverlener vertelde dat de tijd voor de familie wel vijf tot tien keer langer lijkt te duren dan het in werkelijkheid gaat. Anderen hadden juist het gevoel dat alles echt veel te snel ging. En de stervende en de naaste lopen lang niet altijd in hetzelfde tempo. Wie om euthanasie vraagt, is vaak al een heel eind op weg in het afscheid. “Mijn hart was er nog niet,” zei een van de naasten toen het zover was voor het overlijden.

In de prachtige film The Room Next Door vraagt Martha haar vriendin Ingrid of ze in de kamer naast haar wil zijn op de dag dat ze zelf een einde aan haar leven maakt. Martha zegt niet welke dag dat wordt, dus Ingrid weet elke ochtend opnieuw niet of het vandaag is. Bij euthanasie is het precies andersom. De dag staat vast, en je leeft ernaartoe. Toen ik de film vorig jaar mocht inleiden in het Filmhuis, bleef bij mij vooral die eenvoudige vraag van Martha hangen: wil je bij me zijn?

Achter de keuze staan en toch niet klaar zijn

Veel naasten steunen de keuze van hun dierbare. Maar die steun voor het besluit betekent nog niet dat je er tegelijk ook emotioneel klaar voor bent. “Voorbereid, maar misschien nog niet klaar.” Zo noemden Canadese onderzoekers wat ze in de verhalen van nabestaanden steeds weer tegenkwamen.

In Vlaanderen keken naasten er in het begin vaak anders naar dan de zieke zelf. Zij reageerden vol ongeloof, angstig of terughoudend toen ze van het verzoek tot euthanasie hoorden, terwijl hun dierbare vooral opgelucht was dat het duidelijk was. De vrede met het verzoek kwam later wel en meestal in twee stappen. Eerst begrepen ze het met hun hoofd, en pas later daal de het in hun hart. Hoe lang die tweede stap duurde, verschilde sterk.

En als er al steun was kon het toch steeds weer even lastig zijn. Dat gebeurde dan vaak op momenten waarop het verlies dichterbij kwam. Bijvoorbeeld als de datum werd vastgelegd, bij een laatste diner samen als familie, bij vrienden die langskwamen om definitief gedag te zeggen, of als de uitvaart werd geregeld. Op zulke momenten voelden ze weer de verdriet en angst boven. Dus ook bij mensen die verder helemaal achter het besluit stonden.

Bij Nederlandse naasten in de huisartsenzorg zie je iets vergelijkbaars. Met hun verstand stonden ze er volledig achter, maar met hun gevoel lag het ingewikkelder. Een zoon vond de euthanasie van zijn vader zwaar, terwijl hij al eens eerder een euthanasie had meegemaakt. Dus als je ervaring hebt met een euthanasie en als je een duidelijke mening erover hebt, beschermen je dus niet tegen alles wat je voelt als het om je eigen vader gaat. Merk je als naaste dat het ineens niet meer klopt in je lijf, dan zegt dat nog niets over of je achter de keuze staat.

De dag zelf

Veel naasten beschrijven de dag van het overlijden zelf als onwerkelijk. In Canadese ziekenhuizen schrokken ze van het aantal spuiten en van hoe groot die waren. Wat de meeste onrust gaf, was hoe snel de dood intrad. Iemand die net nog praatte en lachte, is kort daarna overleden, en het beeld daarvan is maar moeilijk te verwerken. Anderen voelden zich overvallen door geluiden of bewegingen tijdens het sterven en twijfelden soms momenten of hun naaste van gedachten veranderde.

In Nederland gebeurt een euthanasie lang niet altijd in een ziekenhuis, maar één ding komt overal terug. Naasten probeerden sterk te blijven, zodat de sfeer rustig bleef voor degene die ging sterven. Hun eigen schrik of verdriet maakten ze bewust klein, alsof dat er op dat moment even niet toe deed. De ruimte daarvoor kwam pas na het overlijden. “Ik hoefde niet langer de rots in de branding te zijn,” zei iemand. Naasten vonden het fijn als als ze daarna niet snel weg hoefden en nog even konden blijven.

Voorbereiding helpt hierbij. Wie van tevoren heeft gehoord wat er gaat gebeuren en hoe snel het kan gaan, schrikt daarna minder. Daar ligt een taak voor de arts, en voor wie het gezin in de weken ervoor begeleidt.

Opluchting en schuld tegelijk

Na het overlijden voelen veel naasten opluchting. Het lijden is voorbij, en het is gegaan zoals hun dierbare het wilde. Maar tegelijk kan er schuldgevoel zijn, en soms schuurt dat aan elkaar. Met heftige emoties die daarbij loskomen.

Sommige Vlaamse naasten hadden het gevoel dat ze hadden bijgedragen aan het doden van hun naaste, en vroegen zich af of ze het hadden moeten uitstellen. Iemand in Canada voelde zich op een gegeven moment bijna medeplichtig aan moord. Iemand anders had voorgesteld om een datum te prikken, en vroeg zich achteraf af of de zieke daardoor had gedacht dat ze een last was. Anderen piekerden over de vraag of ze het besluit hadden beïnvloed. Zulke vragen dragen nabestaanden soms mee in hun rouw, en kunnen jaren later nog terug komen.

Bij Nederlandse partners van mensen met een psychische aandoening die euthanasie kregen, was de rouw op bijna alle punten lichter dan bij partners na een suïcide. Alleen het schuldgevoel was niet duidelijk minder. Een zorgvuldige procedure, zoals euthanasie in Nederland nagenoeg altijd is, neemt de vragen over je eigen rol dus niet vanzelf weg.

Als alles geregeld is

Bijna alle Vlaamse naasten kregen na het overlijden een terugval. Die kwam vaak op het moment dat de praktische zaken waren afgehandeld. Al die tijd waren ze bezig geweest met de vraag wat hun dierbare nodig had. Toen dat wegviel, kwam er ruimte voor hun eigen behoeften en hun eigen verdriet. Dat gebeurde ook als het sterven vredig en sereen was verlopen.

Gemiddeld is de rouw na euthanasie niet zwaarder dan na een natuurlijke dood. Opvallend is dat Nederlandse nabestaanden van mensen met kanker die euthanasie kregen, minder last hadden van traumatische rouw en posttraumatische stress dan nabestaanden na een natuurlijke dood. Volgens de auteurs van het onderzoek pleit die uitkomst vooral voor dezelfde zorg en openheid bij iedere stervende, en niet alleen rondom euthanasie waarin veel zorg in procedures zorgvuldig is geregeld. Uit andere landen komen vergelijkbare of lichtere uitkomsten.

Maar het is wel goed te beseffen dat overal waar sprake is van een gemiddelde, dit nog maar weinig zegt over jouw rouw.

Wat de omgeving doet

In Nederland is euthanasie breed geaccepteerd, maar in een familie kunnen de meningen nog steeds uiteenlopen. Artsen betrekken naasten er vaak bij, juist omdat zij daarna verder moeten met hun leven. Als naasten tegen het verzoek zijn, vinden artsen het traject zwaarder en proberen ze te bemiddelen.

Elders in de wereld ligt het onderwerp duidelijk gevoeliger. Canadese familieleden kregen een oordeel over zich heen van familie, gelovigen, zorgverleners en anderen. Iemand van wie de moeder euthanasie kreeg, raakte gebrouilleerd met een zus die het er niet mee eens was. Die breuk duurde anderhalf tot twee jaar. Een ander, van wie de man euthanasie kreeg, hoorde van een vage bekende: “Ik zou dat mijn hond nog niet kunnen aandoen, en jij hebt het je man aangedaan.” Velen hielden de euthanasie geheim of vertelden het aan weinig mensen, en het interview voor het onderzoek was vaak de eerste keer dat ze erover spraken. In Zwitserland hadden naasten die afkeuring uit hun omgeving voelden, vaker last van traumaklachten en langdurige rouw. Gebrek aan steun en het verzwijgen van de doodsoorzaak kunnen de rouw zwaarder maken.

Ook als er geen afkeuring is, kan de rouw minder gezien worden. Doka noemde verdriet dat de omgeving niet herkent of niet serieus neemt niet-erkende rouw. Bij euthanasie kan dat er ook in sluipen, juist omdat het zo goed geregeld was en omdat het de wens van de overledene was. Dat is ook allebei waar, maar het maakt het gemis niet kleiner.

Wat naasten en begeleiders kunnen doen

Er zijn een paar dingen die in al verhalen van naasten steeds terugkomen. Ze wilden allemaal er vroeg bij betrokken worden en er open en eerlijk over kunnen praten. Er zijn ook dingen die ruimte gaven om het besef van het verlies te laten indalen. Denk aan een eigen ceremonie, met muziek of een gedicht of een aangestoken kaars. Wat zeker ook helpend was als je wist hoe de dag van het sterven zelf zou gaan verlopen. En het hielp als ze, nadat hun dierbare was overleden, nog tijd kregen en niet snel weg moesten.

De meeste Nederlandse artsen die euthanasie uitvoeren, hebben weleens een nagesprek met nabestaanden gevoerd. In zo’n gesprek wordt dan teruggekeken op het traject en gevraagd naar hoe het met hen nu gaat. In zo’n nagesprek wordt weinig doorverwezen naar andere hulp. Sommige naasten zochten later zelf wel hulp of nazorg, maar ze wisten dan niet waar ze eigenlijk moesten aankloppen of hoe ze dat moesten aanpakken.

Er ligt hier een taak weggelegd voor rouwbegeleiders en andere professionals. Vraag nadrukkelijk naar het verlies, en vraag dan ook door naar die weken van wachten tot het geplande moment van overlijden en naar de dag van euthanasie zelf. Wat gebeurde er allemaal die dag? Wat weet je je nog te herinneren? Waar schrok je van? Zijn er dingen die je misschien anders had gewild? Je moet er niet vanuit gaan dat rouw lichter is omdat het afscheid verwacht, gepland en goed geregeld was. De meest pittige periode komt vaak pas wanneer alle praktische zaken zijn afgehandeld en het om de rouwende heen weer stil wordt.

Wie ja zegt op die vraag

In de film The Room Next Door vraagt Martha aan Ingrid of ze bij haar wil zijn als ze sterft. Wat een bijzondere vraag is dat. Bij euthanasie kan iemand die je liefhebt je diezelfde vraag stellen. Zeg je daar ja op, dan leef je toe naar een dag die in de agenda staat. Je probeert die dag goed te laten verlopen voor degene die zal overlijden. Maar daarna blijf je achter met je eigen rouw. En dat stuk verdient net zoveel ruimte en aandacht als de aandacht die het overlijden van je dierbare heeft gekregen.

Dit zou je kunnen doen

Weet je of er in je omgeving een euthanasie gepland of verwacht is? Vraag dan eens aan de naasten hoe het aftellen voor hen is. Hou contact na de uitvaart. Juist als alles geregeld lijkt te zijn, en als er dus ruimte komt voor de eigen verwerking.

Lees meer over anticiperende rouw. In het boek Leven met euthanasie vertellen ruim veertig naasten over hun ervaring. Of kijk samen naar The Room Next Door en praat daarna over de vraag die Martha stelt.


Bronnen

  • Andriessen, K., Krysinska, K., Castelli Dransart, D. A., Dargis, L., & Mishara, B. L. (2020). Grief after euthanasia and physician-assisted suicide. Crisis, 41(4), 255-272. https://doi.org/10.1027/0227-5910/a000630
  • Beuthin, R., Bruce, A., Thompson, M., Andersen, A. E. B., & Lundy, S. (2022). Experiences of grief-bereavement after a medically assisted death in Canada: Bringing death to life. Death Studies, 46(8), 1982-1991. https://doi.org/10.1080/07481187.2021.1876790
  • Boven, C., Dillen, L., Dierickx, S., Van den Block, L., Piers, R., Van Den Noortgate, N., & Van Humbeeck, L. (2023). Relatives’ experiences of being involved in assisted dying: A qualitative study. Qualitative Health Research, 33(13), 1154-1164. https://doi.org/10.1177/10497323231196827
  • Crumley, E. T., LeBlanc, J., Henderson, B., Jackson-Tarlton, C. S., & Leck, E. (2023). Canadian family members’ experiences with guilt, judgment and secrecy during medical assistance in dying: A qualitative descriptive study. CMAJ Open, 11(4), E782-E789. https://doi.org/10.9778/cmajo.20220140
  • Laperle, P., Achille, M., & Ummel, D. (2024). To lose a loved one by medical assistance in dying or by natural death with palliative care: A mixed methods comparison of grief experiences. Omega, 89(3), 931-953. https://doi.org/10.1177/00302228221085191
  • Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (2026). Aanbieding RTE jaarverslag 2025 [Kamerbrief, 26 maart 2026]. https://www.eerstekamer.nl/nonav/bijlage/20260326/brief_van_de_minister_van_vws_met/document3/f=/vmw5ewzcbfyn.pdf
  • Nissim, R., Chu, P., Stere, A., Tong, E., An, E., Selby, D., Bean, S., Isenberg-Grzeda, E., Rodin, G., Li, M., & Hales, S. (2024). “Walk me through the final day”: A thematic analysis study on the family caregiver experience of the Medical Assistance in Dying procedure day. Palliative Medicine, 38(6), 660-668. https://doi.org/10.1177/02692163241248725
  • Powell, T. L., Stajduhar, K., Prince, M., & Thorne, S. (2026). Supporting a different type of death: Experiences of family members of recipients of medical assistance in dying. Nursing Open, 13(10), e70843. https://doi.org/10.1002/nop2.70843
  • Renckens, S. C., Pasman, H. R., van der Heide, A., & Onwuteaka-Philipsen, B. D. (2024). Aftercare provision for bereaved relatives following euthanasia or physician-assisted suicide: A cross-sectional questionnaire study among physicians. International Journal of Public Health, 69, 1607346. https://doi.org/10.3389/ijph.2024.1607346
  • Renckens, S. C., Onwuteaka-Philipsen, B. D., van der Heide, A., & Pasman, H. R. (2024). Physicians’ views on the role of relatives in euthanasia and physician-assisted suicide decision-making: A mixed-methods study among physicians in the Netherlands. BMC Medical Ethics, 25(1), 43. https://doi.org/10.1186/s12910-024-01031-1
  • Roest, B., Milota, M., & Leget, C. (2025). Navigating life when a loved one’s (euthanasia) death is near: A narrative interview study from the Netherlands. PLoS ONE, 20(8), e0327917. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0327917
  • Snijdewind, M. C., de Keijser, J., Casteelen, G., Boelen, P. A., & Smid, G. E. (2022). “I lost so much more than my partner”: Bereaved partners’ grief experiences following suicide or physician-assisted dying in case of a mental disorder. BMC Psychiatry, 22(1), 454. https://doi.org/10.1186/s12888-022-04098-5
  • Swarte, N. B., van der Lee, M. L., van der Bom, J. G., van den Bout, J., & Heintz, A. P. M. (2003). Effects of euthanasia on the bereaved family and friends: A cross sectional study. BMJ, 327(7408), 189. https://doi.org/10.1136/bmj.327.7408.189
  • Wagner, B., Keller, V., Knaevelsrud, C., & Maercker, A. (2012). Social acknowledgement as a predictor of post-traumatic stress and complicated grief after witnessing assisted suicide. International Journal of Social Psychiatry, 58(4), 381-385. https://doi.org/10.1177/0020764011400791

Uit onze shop

Lees nog meer