Thema's in dit artikel: Posttraumatische groei, Religie, Rouw, Rouwbegeleiding, Therapie, Trauma, Traumatisch verlies, Verdriet, Verlies, betekenisgeving, continuing bonds, groei na verlies, informele steun, kindverlies, moord, poëzie, zelfdoding
Het kan jaren duren, of het komt nooit. Sommigen ontdekken iets goeds in een verlies. En als ze het vinden, dan is het voor de rouwende zelf helpend.
Regelmatig zie ik op sociale media een gedicht van de Amerikaanse dichter Mary Oliver voorbijkomen. Het is haar korte gedicht “The Uses of Sorrow”. Ze beschrijft zo prachtig hoe ze een doos vol met donkerte en duisternis heeft gekregen van iemand van wie ze heeft gehouden. En het duurde haar jaren voor ze zag dat er ook een geschenk in zat.
(In my sleep I dreamed this poem)
Someone I loved once gave me
a box full of darkness.
It took me years to understand
that this, too, was a gift.
“The Uses of Sorrow” by Mary Oliver
Onder een Instagram-post is regelmatig een tekst die meer zegt dan dit gedicht doet. Er wordt bijvoorbeeld gezegd dat pijn nodig is om te groeien, en dat verdriet je op den duur wijzer maakt. Als je rouwt, welk ‘soort’ rouw ook, kun je je misschien in het gedicht herkennen. Maar het is niet voor iedereen zo troostend. Soms voelt het bijna dwingend dat je maar het mooie in je rouw moet vinden. En dat is zeker niet zo goed.
Wat er in het gedicht staat
“The Uses of Sorrow” staat in de bundel Thirst, die in 2006 verscheen. Dat was een jaar na de dood van Olivers levenspartner Molly Malone Cook. Veel gedichten in die bundel gaan over dat verlies. Wat zij precies met de duisternis bedoelt? Dat zegt ze niet. Maar je moet poëzie ook niet teveel uitleggen.
Zij vindt het mooie in de lelijkheid van rouw. Maar, het is net zoals met al die andere rouwervaringen: je kunt niet zeggen dat nu jij het op deze manier hebt meegemaakt dat je nu precies weet hoe rouw voor iedereen moet werken. Zij doet dat overigens nergens, maar vaak in de begeleidende teksten wordt dat wel beweerd.
Het is belangrijk om dat duidelijk te maken. Wat iemand jaren na een verlies over zijn eigen leven zegt, is iets anders dan wat een ander hem voorhoudt.
Begrijpen wat er gebeurde en iets goeds vinden
In rouwbegeleiding wordt regelmatig over betekenisgeving gesproken. Daarmee kunnen twee verschillende dingen bedoeld worden. Het eerste is begrijpen, of het kunnen bevatten van wat er allemaal is gebeurd en waarom, zodat je het verlies past in de manier waarop je de wereld in kijkt. Het tweede is iets goeds of moois vinden in de ervaring van verlies, zoals een nieuwe manier van kijken naar wat belangrijk is in het leven, of juist een hechtere band met de mensen om je heen.
Bij nabestaanden die na het verlies van een familielid anderhalf jaar lang werden gevolgd, speelden die twee verschillende vormen elk op een ander moment een rol. Begrijpen van wat er gebeurde, hing samen met minder klachten, maar dat was alleen in het eerste jaar te zien. Iets goeds kunnen zien in de rouwervaring hing later het sterkste samen met hoe mensen zich aanpasten, rond dertien en achttien maanden na het verlies.
Ook bij ouders die een kind verloren, is het begrijpen een belangrijke factor. Ouders die weinig tot geen zin konden geven aan het verlies van hun kind, hadden vaker te maken met heftige rouw.
Na een plotselinge, gewelddadige dood door een ongeluk, moord of zelfdoding is precies dat begrijpen vaak extra moeilijk. Er zijn zoveel vragen en er kan zo’n gevoel van onrecht zijn! Jonge volwassenen liepen na een gewelddadige dood vaker vast in hun rouw, en daarbij speelde vooral mee dat ze niet konden bevatten wat er was gebeurd.
Begrijpen en iets goeds vinden zijn dus twee verschillende dingen, die elk op een ander moment een rol spelen. Voor sommigen blijft een ervan altijd buiten bereik.
Niet iedereen gaat op zoek
Het idee dat iedereen na een plotseling verlies op zoek gaat naar betekenis zit behoorlijk diep in de hulpverlening. Maar het is maar ten dele waar.
Bij ouders die een baby verloren en bij mensen van wie een partner of kind omkwam bij een verkeersongeluk, bleek een flink deel van de groep helemaal niet naar betekenis te zoeken. Zij leken zich vrij goed aan te passen aan hun leven na het verlies. Minder dan de helft van deze groep vond, ook meer dan een jaar later, enige betekenis in wat er was gebeurd. Met de mensen die betekenis vonden, ging het beter dan met wie bleef zoeken zonder iets te vinden. Toch stopte voor de groep die enige betekenis vond de vraag niet. Ze bleven er net zo intensief mee bezig als de mensen die niets vonden.
Als je dus geen behoefte voelt om naar het waarom van het verlies te zoeken, dan betekent dat niet dat je het verkeerd doet. En als je zoekt zonder iets te vinden, dan ben je ook niet de enige.
Als je mensen in rouw begeleidt, is betekenis vinden dus geen opdracht of eindpunt waar iedereen moet uitkomen. Een cliënt die zich niet wil bezighouden met de vraag naar het waarom, is niet iets in de rouw aan het vermijden.
Wat mensen vertellen en wat er verandert
Veel mensen die rouwen vertellen jaren later over dingen die door hun verlies anders zijn geworden. Ze zijn anders gaan kijken naar het leven. Of hun relaties zijn veranderd. Bij mensen die vier tot zeven jaar eerder plotseling hun partner of kind verloren, kwamen in gesprekken zelfs meer positieve dan negatieve veranderingen ter sprake.
Maar ondanks dat er veel positieve veranderingen kunnen worden genoemd, wil dat niet zeggen dat het goed met hen ging. Wie positieve veranderingen kon noemen, was er niet beter aan toe dan wie dat niet deed. En beide groepen hadden het zwaarder dan vergelijkbare mensen die geen verlies hadden doorgemaakt.
Overigens, als mensen wel bij zichzelf groei zien, wil dat niet zeggen dat je dat ook kunt meten. Bij jonge volwassenen die vóór en na een ingrijpende gebeurtenis vragenlijsten invulden, kwam de groei die ze zelf ervaarden nauwelijks overeen met de verandering tussen de twee ingevulde vragenlijsten. Groei die ze zelf ervoeren, ging zelfs samen met een toename van klachten, terwijl als je de groei in de vragenlijsten kon meten, ging dat samen met een afname. Wel hing die zelf ervaren groei samen met positief herinterpreteren: je zet wat er gebeurde in een gunstiger licht, als manier om met tegenslag om te gaan.
Wat rouwenden over zichzelf zeggen, blijft hun eigen waarheid. Alleen hoeft een zin als “het was ook een geschenk” niet te betekenen dat er echt iets veranderd is. Zo’n zin kan ook helpen om iets ondraaglijks te dragen. Dat verdient respect, en niemand hoeft het na te rekenen. Maar deze onderzoeken zijn wel een reden om voorzichtig te zijn met het idee dat lijden mensen vanzelf beter maakt.
Een geschenk van iemand van wie je hield
De teksten onder het gedicht gaan vaak over de pijn en over wat die met je zou doen. Oliver schrijft er nog iets bij dat dan makkelijk wegvalt. Ze kreeg de doos van iemand van wie ze hield.
Ook in het denken over groei na verlies krijgt dat weinig aandacht. Het bekende begrip posttraumatische groei gaat over positieve veranderingen na allerlei schokkende gebeurtenissen, zoals een ongeluk of een ernstige ziekte, en een overlijden is daar dan één van. Een paar rouwdeskundigen, onder wie Robert Neimeyer, vinden dat er bij rouw zo iets wezenlijks buiten beeld blijft. Wat mensen na een verlies meenemen, is niet altijd het gevolg van de schok van de dood. Want het kan ook voortkomen uit de band met degene die er niet meer is. De band die blijft, ook als iemand is overleden. Dus hebben ze een voorstel om het beter te formuleren: groei na verlies.
Een van hun voorbeelden gaat over een vader van wie de dochter bij een ongeluk omkwam. Zij was kunstzinnig en ging haar eigen weg. Van zijn andere kinderen verwachtte hij dat ze een wetenschappelijke loopbaan zouden kiezen. Na haar dood veranderde dat. In het leven van zijn dochter zag hij hoe belangrijk het is dat jonge mensen zelf ontdekken wat bij hen past, en daardoor werd hij milder in wat hij van zijn andere kinderen verwachtte.
Wat bij hem veranderde, kwam dus voort uit wie zijn dochter was, en veel minder uit de schok van het ongeluk. Dat is wat de onderzoekers bedoelen met groei na verlies, een verandering die voortkomt uit de band met degene die er niet meer is.
Zulke groei kan net zo goed ontstaan na een overlijden dat niet traumatisch was, als de band met de overledene iemand helpt verder te groeien. Diezelfde band kan het overigens ook zwaarder maken, want de relatie met de overledene kan net zo goed meespelen als rouw vastloopt.
Als iemand na jaren toch iets goeds in een verlies ziet, hoeft dat dus niet uit de pijn te komen. Het kan ook gaan om wat de ander bij je heeft achtergelaten.
Als een ander het geschenk aanwijst
Misschien ken je de neiging om dan toch de positieve kanten van de dood te benadrukken. Maar in onderzoek bij Japanse nabestaanden van mensen die aan kanker overleden, was dat de minst behulpzame vorm van communicatie die ze uit hun omgeving kenden. En de mensen die een partner verloren, hadden vaker last van zulk goedbedoeld advies over herstel dan wie een ouder verloor. En zelfs als niemand daarmee de bedoeling heeft om je te kwetsen, kunnen zulke opmerkingen pijn doen.
Dus zo’n mooi gedicht van Oliver kan precies zo’n kwetsende opmerking worden. Zeker in de eerste tijd, als je zelf nog nauwelijks het verlies hebt kunnen bevatten, kan het benadrukken van verlies als ‘een geschenk’ echt voelen als een oordeel. Over zinnen die meer kapotmaken dan heel, ook vanuit geloof, schreven we eerder in Religie, rouw, en de zinnen die meer stukmaken dan heel maken.
Hoe het anders kan, zie je in een ander voorbeeld uit therapie. Een vrouw van begin veertig van wie de partner was overleden, voelde in haar buik een stevige verbinding met hem. Ze beschreef het als een ei met iets kostbaars erin. Toen de therapeut voorzichtig doorvroeg, zei ze dat het een nieuw gevoel van veiligheid in de wereld was. Zij noemde dat zelf een geschenk van hem.
Voor vrienden en familie is het belangrijk dat je het woord geschenk aan de rouwende zelf laat. Die vrouw beschreef het als een ei. Geef iedereen zelf de ruimte.
Wat dit vraagt van wie begeleidt
Zeker na een gewelddadige dood gaat het in begeleiding vaak lang vooral om begrijpen van wat er is gebeurd. Pas daarna kan er ruimte komen voor de relatie zelf. Wat heeft deze persoon je gegeven, en wat neem je van hem of haar mee? Dat zijn vragen die aansluiten bij groei na verlies, zonder dat je het woord groei noemt, of zonder dat het dwingend is.
Soms komt er op zo’n vraag ook niets, en dat is ook een antwoord.
Duisternis die geen geschenk hoeft te worden
Mary Oliver deed er jaren over om in haar doos met duisternis iets anders te zien dan die duisternis alleen. Haar gedicht vertelt hoe het voor haar ging. Dat kan troostend zijn. Maar misschien vind jij het lastig.
Het kan zijn dat je ooit iets vindt van wat zij vond. Misschien heb je de moed om iets te doen die je nooit zou hebben gehad zonder die persoon. Maar dat is op dat moment voor jou het geschenk dat je vindt. En ook als de doos alleen maar gevuld blijft met duisternis, zegt dat niets over hoeveel je van iemand hebt gehouden.
Bronnen
- Currier, J.M., Holland, J.M., & Neimeyer, R.A. (2006). Sense-making, grief, and the experience of violent loss: Toward a mediational model. Death Studies, 30(5), 403-428. https://doi.org/10.1080/07481180600614351
- Davis, C.G., Nolen-Hoeksema, S., & Larson, J. (1998). Making sense of loss and benefiting from the experience: Two construals of meaning. Journal of Personality and Social Psychology, 75(2), 561-574. https://doi.org/10.1037//0022-3514.75.2.561
- Davis, C.G., Wortman, C.B., Lehman, D.R., & Silver, R.C. (2000). Searching for meaning in loss: Are clinical assumptions correct? Death Studies, 24(6), 497-540. https://doi.org/10.1080/07481180050121471
- Frazier, P., Tennen, H., Gavian, M., Park, C., Tomich, P., & Tashiro, T. (2009). Does self-reported posttraumatic growth reflect genuine positive change? Psychological Science, 20(7), 912-919. https://doi.org/10.1111/j.1467-9280.2009.02381.x
- Ishida, M., Onishi, H., Morita, T., Uchitomi, Y., Shimizu, M., Tsuneto, S., Shima, Y., & Miyashita, M. (2018). Communication disparity between the bereaved and others: What hurts them and what is unhelpful? A nationwide study of the cancer bereaved. Journal of Pain and Symptom Management, 55(4), 1061-1067.e1. https://doi.org/10.1016/j.jpainsymman.2017.12.493
- Keesee, N.J., Currier, J.M., & Neimeyer, R.A. (2008). Predictors of grief following the death of one’s child: The contribution of finding meaning. Journal of Clinical Psychology, 64(10), 1145-1163. https://doi.org/10.1002/jclp.20502
- Lehman, D.R., Davis, C.G., DeLongis, A., Wortman, C.B., Bluck, S., Mandel, D.R., & Ellard, J.H. (1993). Positive and negative life changes following bereavement and their relations to adjustment. Journal of Social and Clinical Psychology, 12(1), 90-112. https://doi.org/10.1521/jscp.1993.12.1.90
- Malkinson, R., Witztum, E., Neimeyer, R.A., & Rubin, S.S. (2026). Post-Loss Growth (PLG) in bereavement: The missing link in posttraumatic growth. Death Studies. Advance online publication. https://doi.org/10.1080/07481187.2026.2705378
- Oliver, M. (2006). Thirst: Poems. Boston: Beacon Press.